wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Nederlands Hoofdstuk 1 t/m 4 Woordenschat klas 1

Total questions: 20

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

Een synoniem zijn 2 verschillende woorden die hetzelfde betekenen. Welke twee woorden betekenen hetzelfde?

a)

slim

b)

dom

c)

intelligent

d)

redelijk

2.

Welke twee woorden zijn synoniemen?

a)

absent

b)

dromerig

c)

afwezig

d)

aandachtig

3.

Wat is het synoniem van imiteren?

a)

nadoen

b)

iemand ergeren

c)

rustig worden

d)

ontdekken

4.

Welke twee synoniemen horen bij het plaatje?

a)

trottoir

b)

stoep

c)

lijn

d)

tegel

5.

Wat is een synoniem van scholieren?

a)

mensenkinderen

b)

patiënten

c)

docenten

d)

leerlingen

6.

Welk woord past in de zin?

De docent kijkt het werk ………… na.

a)

abstract

b)

exact

c)

verdacht

d)

roekeloos

7.

Welk woord past in deze zin?

Hij belt zijn moeder, hij heeft

haar...…...nodig.

a)

dringend

b)

springend

c)

onvoldoende

d)

intelligent

8.

Welke zin is goed geschreven?

a)

De film is present uitgekomen.

b)

De film is recent uitgekomen

9.

Welke zin is goed geschreven?

a)

De periode tot de meivakantie is voorbijgevlogen.

b)

De permanent tot de meivakantie is voorbijgevlogen.

10.

Welke zin is goed geschreven?

a)

De schade wordt geschat op 1000 euro.

b)

De schade wordt voltooid op 1000 euro.

11.

WELK WOORD HOORT ER NIET BIJ?

a)

circa

b)

exact

c)

ongeveer

12.

WELK WOORD HOORT ER NIET BIJ?

a)

beloning

b)

hype

c)

salaris

13.

Welk spreekwoord hoort hierbij?

a)

De slapende kat is de muis te vriend

b)

Je moet een gegeven boek niet weggeven

c)

Als de kat van huis is, dansen de muizen

14.

Welk spreekwoord hoort hierbij?

a)

Met de hond vakantie vieren

b)

Beter 1 hond in de pot, dan 10 in mijn tuin

c)

De hond in de pot vinden

15.

Aan welke woorden kun je zien dat er een tegenstelling komt?

a)

maar

b)

ook

c)

vervolgens

d)

echter

16.

Bij het woord gedachte hoort het werkwoord denken.

Welk werkwoord hoort bij uitdaging?

(a)  

17.

Welk werkwoord hoort bij het woord instructie?

(a)  

18.

WELK WOORD HOORT ER NIET BIJ?

a)

uitdagen

b)

voltooien

c)

afmaken

19.

Wat betekent de kat uit de boom kijken?

a)

afwachten

b)

de kat bestuderen

c)

de kat proberen te vangen

20.

Met meneer Aret kan het de laatste weken op school nog gezellig worden. Twee antwoorden geven graag.

a)

Nou, dat weet ik nog zo net niet....

b)

Dat zou kunnen, maar ik denk het niet.

c)

Ja, zijn online lessen waren al leuk.

d)

Ik kan niet wachten hem in het echt te ontmoeten.