Font size
WorksheetsBeroepen: wie is het?
Total questions: 20
Worksheet time: 10mins
Ik genees zieke mensen.
(a)
Ik bouw de muren van huizen.
(a)
Ik was en knip haar.
(a)
Ik maak eten klaar voor andere mensen.
(a)
Ik verkoop medicijnen.
(a)
Ik werk meestal in een ziekenhuis. Ik help de dokter.
(a)
Bij mij kan je allerlei soorten vlees kopen.
(a)
Ik help mensen als ze tandpijn hebben.
(a)
Zij poetst de school. Zij poetst ook soms bij mensen thuis.
(a)
Meneer Delcampe werkt in OKAN. Hij is een ...
(a)
Mevrouw Van Simay werkt in OKAN. Zij is een ...
(a)
Mevrouw Struys is ... van OKAN. Zij is de baas van OKAN.
(a)
Meneer Moreau is de ... in West. Meneer Rouzée is de ... in het College.
(a)
Zij zorgt voor kleine kinderen.
(a)
Ik brengen de brieven rond. Ik stop de brieven in de brievenbus.
(a)
Ik vermaak auto's.
(a)
Ik schrijf artikels voor de krant.
(a)
Hij bestuurt het vliegtuig.
(a)
Ik verzorg en maak zieke dieren terug beter.
(a)
Ik zorg voor de veiligheid van mensen op straat. Soms moet ik ook streng zijn, en boetes geven aan mensen.
(a)
