wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Kader aanvulling SE H1, 2 en 3

Total questions: 23

Worksheet time: 1hrs 15mins

Name
Class
Date
1.

Leerlingen doen een experiment met een waterplant.

Een takje waterpest wordt afgesneden en

omgekeerd in een reageerbuis met slootwater

voor het raam gezet.

Iedere ochtend om 10 uur doen ze een waarneming.

Vanuit het plantje stijgen gasbelletjes op.


Uit welk gas bestaan de belletjes vooral?



(a)  

2.

De Grizzlybeer heeft in de zomer een lichaamstemperatuur van ongeveer 37oC. In de winter liggen de dieren meestal in hun holen te slapen.

Hun lichaamstemperatuur daalt dan tot ongeveer 31oC.

Af en toe verlaten ze hun hol om voedsel te zoeken.

Als de beer tijdens de winterrust ligt te slapen, is ook de hartslagfrequentie anders dan tijdens het slapen in de zomer.

→Is het aantal hartslagen per minuut in de winter groter of kleiner (dan in de zomer)? Leg je antwoord uit.

4 lines
3.

In de huid van de beer is vet opgeslagen. Het opgeslagen vet dient onder andere als reservevoedsel.

→Noem nog een andere functie van de vetvoorraad.

4 lines
4.

Winter tarwe is een tarwe soort die in de winter gezaaid kan worden.

Zijn voor de opbrengst van wintertarwe abiotische factoren van belang? En zijn biotische factoren van belang?

a)

alleen abiotische factoren

b)

alleen biotische factoren

c)

zowel abiotische als biotische factoren

5.

Saprofyten

Stofzaad is een plant die geen bladgroenkorrels heeft en leeft van dood materiaal. Zulke planten worden saprofyten genoemd.

→Treedt er in de cellen van saprofyten fotosynthese op?

→En treedt daar verbranding op?

a)

alleen fotosynthese

b)

alleen verbranding

c)

zowel fotosynthese als verbranding

6.

n een krant stond het volgende bericht:

Bewoners van een Amsterdamse straat zijn al maandenlang slachtoffer van bladluizenterreur. Overal onder de bomen ligt plakkerige drab van bladluizen.

Auto’s zijn niet meer schoon te krijgen en als bejaarde moet je uitkijken, want de trottoirtegels zijn glad.

De bladluizen nemen vooral veel suiker op uit de bladeren.

→ Uit welke vaten nemen de bladluizen suiker op?

a)

alleen uit de bastvaten

b)

alleen uit de houtvaten

c)

zowel uit de bastvaten als uit de houtvaten

7.

Komen bladgroenkorrels voor in bacteriën En in schimmels?

a)

in geen van beide

b)

alleen in bacteriën

c)

alleen in schimmels

d)

zowel in bacteriën als in schimmels

8.

Veel boomstammen hebben een groene kleur aan de kant waar de meeste regen tegenaan komt. Deze kleur wordt veroorzaakt door vele eencellige boomalgen (=groenwieren).

→ Welke van de volgende kenmerken komt of welke komen voor bij deze boomalgen? Je mag meerder vakjes aankruisen

a)

Elke cel heeft een celkern

b)

Elke cel is omgeven door een celwand

c)

voortplanting vindt plaats door celdeling

9.

Het Markermeer is een ondiepe zoetwaterplas die deel uitmaakt van het IJsselmeer. Van het voedsel in het meer leven honderdduizenden vogels.

Er zijn verschillende manieren waarop vogels voedsel uit het water opnemen. Op welke wijze neemt de vogel uit de afbeelding zijn voedsel op?

a)

duiken en vissen vangen

b)

Kleine diertjes oppikken uit de bodem van ondiep water

c)

Kleine organismen uit het water zeven

10.

Voor de fotosynthese is water nodig.

→Welke andere stof wordt verbruikt bij de fotosynthese?

(a)  

11.

Bepaalde bacteriën die leven in het bodemslib van sloten en plassen kunnen botulisme veroorzaken. Botulisme is een vergiftiging waar dieren dood aan kunnen gaan. Botulismebacteriën kunnen zich vermeerderen en verspreiden via vliegenlarven en eenden. Dat is schematisch weergegeven in de afbeelding Bij de afbeelding hoort de volgende tekst

Botulisme kan zich als volgt verspreiden:

Als eenden veel botulisme-bacteriën binnenkrijgen, gaan ze dood. (tekening 1t/m 3)

In dode eenden kunnen de botulismebacteriën zich door deling vermeerderen. (tekening 3)

Vliegen die worden aangetrokken door dode eenden leggen daar eitjes. (tekening 4)

De vliegenlarven uit de eitjes worden besmet met de bacteriën. (tekening 5)

Sommige larven worden door levende eenden gegeten. (tekening 6)

→ Welke van de volgende beweringen over de besmetting van eenden met botulismebacteriën is juist? (kies het juiste antwoord uit de meerkeuze antwoorden).

1 Eenden kunnen besmet worden via hun voedsel.

2 Nadat een besmette eend is gestorven, kunnen steeds meer eenden worden besmet.

a)

geen van beide beweringen

b)

alleen bewering 1

c)

alleen bewering 2

d)

zowel bewering 1 als bewering 2

12.

Op grond van welke informatie uit de tekst kun je botulismebacteriën indelen bij de reducenten?

a)

Zij leven van dode eenden

b)

Zij produceren gifstoffen.

c)

Zij vermeerderen zich snel.

d)

Zij veroorzaken de dood van eenden.

13.

In een artikel over bloedzuigers staat het volgende.

De medicinale bloedzuiger is zeer zeldzaam geworden in Nederland. Als oorzaak wordt onder andere de verzuring en vermesting van meertjes genoemd. Hierdoor verdwijnen de slakken waar de jonge bloedzuigers zich mee voeden. Bovendien zijn er bijna geen kuddes koeien en schapen meer die uit de meertjes drinken zoals vroeger.

In het artikel worden biotische en abiotische factoren genoemd als oorzaak voor het zeldzaam worden van de medicinale bloedzuiger.

→Noem zo’n biotische factor uit het artikel.

4 lines
14.

In de afbeelding is een vogel weergegeven.

→ Is deze vogel een alleseter, een planteneter of een vleeseter?

a)

een alleseter

b)

een planteneter

c)

een vleeseter

15.

Bekijk de afbeelding. Met welk nummer is een tussenwervelschijf aangegeven?

a)

Nummer 1.

b)

Nummer 2.

c)

Nummer 3.

16.

Hieronder staan drie uitspraken over het skelet van organismen.

1 Aan het skelet zijn spieren aangehecht.

2 Het skelet geeft bescherming tegen uitdroging.

3 Het skelet geeft stevigheid.

a)

Alleen uitspraak 1.

b)

Alleen uitspraak 2.

c)

Alleen uitspraak 3.

d)

Alleen uitspraak 1 en 2

e)

Alleen uitspraak 1 en 3

17.

Van drie varkens wordt een stukje rib onderzocht op het percentage lijmstof. De resultaten van dit onderzoek zijn in afbeelding 4 weergegeven.

Welk varken is waarschijnlijk het oudst?

a)

Varken 1.

b)

Varken 2.

c)

Varken 3.

18.

Wat is in de koeienpoot van afbeelding 5 met P aangegeven?

a)

Een ellepijp.

b)

Een handwortelbeentje.

c)

Een middenhandsbeentje.

19.

Is een koe een hoefganger, een teenganger of een zoolganger?

a)

Een hoefganger.

b)

Een teenganger.

c)

Een zoolganger.

20.

Wat voor soort gewricht is het kniegewricht?

a)

Een kogelgewricht.

b)

Een rolgewricht.

c)

Een scharniergewricht.

21.

Berat zit bij de politie. Hij moet tijdens zijn werk vaak een kogelwerend vest dragen. Bij een schietpartij kunnen kogels zo niet doordringen in Berats lichaam.

Welke functie van het skelet wordt door het dragen van een kogelwerend vest versterkt?

4 lines
22.

Hoe zijn de volgende beenderen zijn met elkaar verbonden:

‒ de wervels van het heiligbeen;

a)

met een gewricht

b)

door kraakbeen

c)

door een naad

d)

ze zijn vergroeid

23.

Wat is je naam en je klas

4 lines