wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

De Geo Havo 2 H 8 Brazilië en Zuid-Korea

Total questions: 34

Worksheet time: 1hrs 11mins

Name
Class
Date
1.

De samenstelling van de bevolking naar afkomst of ras noemen we .....

a)

discriminatie

b)

globalisering

c)

etnische samenstelling

d)

sociale samenstelling

2.

Welke taal wordt gesproken in Brazilië?

a)

Portugees

b)

Frans

c)

Engels

d)

Spaans

3.

Wat is een groot demografisch verschil tussen Brazilië en Zuid-Korea.

a)

- Het geboorteoverschot van Brazilië is hoger.

b)

- Het geboorteoverschot van Zuid-Korea is hoger.

c)

- De bevolkingsdichtheid van Zuid-Korea is lager.

d)

- De bevolkingsdichtheid van Brazilië is hoger.

4.

De vorm van dit bevolkingsdiagram noemt men een ....

a)

urnvorm.

b)

piramidevorm.

c)

granaatvorm

d)

kegelvorm.

5.

Uit dit bevolkingsdiagram kun je afleiden dat de bevolking in de toekomst ....

a)

toeneemt.

b)

afneemt

c)

gelijk blijft

d)

uitsterft.

6.

Welke drie dingen worden gebruikt om de Human Development Index (HDI) te berekenen?

a)

BNP, analfabetisme en percentage stedelingen.

b)

BNP, hongersnood en levensverwachting.

c)

BNP, analfabetisme en onderwijs.

d)

BNP, analfabetisme en levensverwachting.

7.

Een goed ontwikkeld land heeft (meestal) een ...

a)

hoog percentage analfabeten.

b)

laag percentage analfabeten.

c)

hoog sterftecijfer.

d)

hoog geboortecijfer.

8.

Een land waar veel mensen in de tertiaire sector werken is meestal een .... land.

a)

rijk

b)

arm

9.

Brazilië was vroeger een kolonie van een Europees land. Wat voor soort kolonie was Brazilië?

a)

vestigingskolonie

b)

exploitatiekolonie

10.

Is de onderstaande bewering juist of onjuist?

Bewering: Eens een centrumland, altijd een centrumland.

a)

Juist

b)

Onjuist

11.

Met welk begrip wordt het steeds belangrijker worden van het gebied rond de Grote Oceaan aangeduid?

a)

globalisering

b)

BRIC-landen

c)

Kolonie.

d)

Global shift.

12.

Waarom groeit de economie van Brazilië de laatste jaren zo snel?

a)

Lid van de EU geworden.

b)

Veel import van grondstoffen en landbouwproducten.

c)

Veel export van grondstoffen en landbouwproducten.

d)

Lage koopkracht van de bevolking

13.

Hoe groot is het aandeel van fossiele energie in Brazilië?

a)

48%

b)

53%

c)

58%

d)

63%

14.

Welk verband is er tussen het stijgen van het ontwikkelingspeil van een land en het percentage mensen dat werkt in de primaire sector?

a)

Er is geen verband, het gaat alle kanten op.

b)

Als het ontwikkelingspeil van een land toeneemt, blijft het aandeel van de mensen die werkzaam zijn in de primaire sector gelijk.

c)

Als het ontwikkelingspeil van een land toeneemt, stijgt het aandeel van de mensen die werkzaam zijn in de primaire sector.

d)

Als het ontwikkelingspeil van een land toeneemt, daalt het aandeel van de mensen die werkzaam zijn in de primaire sector.

15.

Wat was de belangrijkste oorzaak van de snelle economische groei van Zuid-Korea?

a)

Dat het eerst een kolonie van Japan was.

b)

De vele grondstoffen in Zuid-Korea.

c)

Het goede onderwijs.

d)

De vergrijzing.

16.

Welke rol speelde de Koreaanse regering in de snelle economische groei van Zuid-Korea?

a)

De regering schafte alle belastingen voor de inwoners af.

b)

De regering maakte er een van bovenaf geleide communistische staat van.

c)

De regering schiep de voorwaarden voor de economische ontwikkeling: eerst strak geleid, later minder strak.

d)

De regering ging samenwerken met Noord-Korea om de industrie te versterken.

17.

Wat is een chaebol?

a)

Een familiebedrijf dat door de overheid wordt gesteund.

b)

Een illegale zelfbouwwijk in Zuid-Korea

c)

Samenwerkingsverband van boeren.

d)

Een megastad.

18.

Welke drie fasen zijn er bij het produceren van goederen?

a)

Produceren, ontwerpen en exporteren.

b)

Ontwerpen, exporteren en importeren.

c)

Ontwerpen, legaliseren en marketing.

d)

Ontwerpen, produceren en marketing.

19.

Bekijk de figuur, welk begrip hoort hierbij?

a)

Globalisering.

b)

Global shift.

c)

Vestigingsfactor.

d)

Urbanisatie.

20.

Wat is een favela?

a)

Muziekinstrument.

b)

Gebied in een ander werelddeel dat in het bezit is van (meestal) een Europees land.

c)

Naam voor een krottenwijk.

d)

Groot familiebedrijf.

21.

Hoeveel procent van de bevolking is 65 jaar of ouder in 2050?

a)

3%

b)

20%

c)

30%

d)

38%

22.

Bekijk de grafiek.

Wat is een belangrijke oorzaak voor het dalen van de vruchtbaarheid in Zuid-Korea.

a)

Vrouwen trouwen later.

b)

De opvoeding van kinderen wordt steeds goedkoper.

c)

Vrouwen stoppen steeds vroeger met hun opleiding.

d)

Corona-besmettingen.

23.

Wat zijn twee nadelen van de vergrijzing in Zuid-Korea.

a)

Urbanisatie.

b)

Kapitalisme.

c)

Een tekort aan arbeidskrachten.

d)

Extra kosten voor zorg.

24.

Welk begrip past het best bij deze foto?

a)

Analfabetisme.

b)

Favela.

c)

Plantage.

d)

locatiefactor

25.

Door welke drie redenen is het gunstig voor buitenlandse bedrijven om producten in Brazilië te laten maken?

a)

De lonen liggen hoog.

b)

Brazilië heeft een jonge bevolking.

c)

In Brazilië zijn veel grondstoffen aanwezig.

d)

Brazilië heeft veel goedkope energie.

e)

In Brazilië is de welvaart hoog.

26.

Er zijn twee economische systemen: vrijemarkteconomieën en planeconomieën. Welke van de onderstaande begrippen past bij een vrijemarkteconomie? Je moet er twee selecteren.

a)

Regering bepaalt wat en hoeveel er geproduceerd wordt.

b)

Ondernemer bepaalt wat en hoeveel er geproduceerd wordt.

c)

Particuliere, vrije ondernemers.

d)

Bedrijven zijn van de staat.

27.

Welke beweringen over de vergrijzing in Zuid-Korea is waar?

a)

De vergrijzing neemt toe door de lagere levensverwachting.

b)

De vergrijzing neemt toe door de dalende vruchtbaarheid.

c)

De vergrijzing neemt toe door de stijgende vruchtbaarheid.

d)

De vergrijzing neemt toe door het stijgend geboortecijfer.

28.

Wat is een arbeidsmigrant?

a)

Iemand die goederen aan een ander land verkoopt.

b)

Iemand die in de industrie gaat werken.

c)

Iemand die in de landbouw gaat werken.

d)

Iemand die zijn woongebied verlaat door gebrek aan werk en geld.

29.

Wat is importsubstitutie?

a)

Het vervangen van geïmporteerde producten door zelfgemaakte producten.

b)

Industrie die gebaseerd is op hoogstaande technische kennis.

c)

Goederen die het land uitgaan.

d)

Goederen die het land binnenkomen.

30.

Welke Nederlandse voetbalcoach slaagde erin om de halve finale op het Wereldkampioenschap voetbal 2002 met Zuid-Korea te halen. Daarin werd verloren van Duitsland. Ook de wedstrijd om de derde en de vierde plaats, tegen Turkije, werd verloren. Desondanks was de 4e plaats een uitstekend resultaat.

Kruis alle goede antwoorden aan!

a)

Guus Hiddink

b)

Guus Hiddink

c)

Guus Hiddink

d)

Guus Hiddink

31.

Wat is een kolonie?

a)

Landbouwonderneming waar op grote schaal één bepaald gewas wordt verbouwd.

b)

Gebied in een ander werelddeel dat in het bezit is van (meestal) een Europees land.

c)

Naam voor een krottenwijk.

d)

Groot familiebedrijf.

32.

Wat is een plantage?

a)

Landbouwonderneming waar op grote schaal één bepaald gewas wordt verbouwd.

b)

Gebied in een ander werelddeel dat in het bezit is van (meestal) een Europees land.

c)

Naam voor een krottenwijk.

d)

Groot familiebedrijf.

33.

Bereken met behulp van de tabel de 'grijze druk' (in %) in 2013 van Zuid-Korea.

a)

7%

b)

8%

c)

18%

d)

35%

34.

Waardoor is de 'grijze druk' de laatste jaren toegenomen in Zuid-Korea?

a)

Er werden minder kinderen geboren.

b)

Ouderen blijven langer werken.

c)

Bejaarden trouwen steeds later.

d)

Betere gezondheidszorg.