wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Assessment H5 en H6 klas 4 2020 NDDA

Total questions: 31

Worksheet time: 24mins

Name
Class
Date
1.

Koolhydraten kunnen worden opgeslagen in de lever en in de spieren. In welke molecuulvorm gebeurt dat?

a)

In de lever als glucose en in de spieren als glucose

b)

In de lever als glucose en in de spieren als glycogeen

c)

In de lever als glycogeen en in de spieren als glucose

d)

In de lever als glycogeen en in de spieren als glycogeen.

2.

Wat gebeurt er met de in het bloed opgenomen koolhydraten die niet meer door de lever kunnen worden opgeslagen?

a)

Die worden geassimileerd tot eiwitten.

b)

Die worden geassimileerd tot vetten.

c)

Die worden gedissimileerd tot eiwitten

d)

Die worden gedissimileerd tot vetten

3.

Als darmepitheel wordt aangetast door een infectie kan diarree ontstaan. Hoe kan dat?

4 lines
4.

Bij de mens treed extracellulaire vertering op. Dit betekend dat voedingsstoffen niet in cellen worden verteerd. Cellen geven enzymen af die in een bepaalde ruimte komen waar dan vertering plaatsvind. Geef hiervan een voorbeeld. Noteer de naam van het enzym, de klier waar dit enzym geproduceerd wordt en beschrijf de omzetting die dit enzym bewerkstelligt. Tip: gebruik je BINAS.

4 lines
5.

Welk enzym zal het beste werken in de mens?

a)

Enzym X

b)

Enzym Y

c)

Enzym Z

6.

Welke stof veroorzaakt spierpijn bij de mens?

a)

Maagzuur

b)

Glycogeen

c)

Melkzuur

d)

Glucose

7.

Danny besluit om 10 minuten aan één stuk te gaan hardlopen. Na ongeveer 2 minuten gaat hij efficiënt glucose verbranden om aan genoeg ATP te komen. Door welk proces verbrandt hij efficiënt glucose?

a)

Door earobe assimilatie van glucose

b)

Door anaerobe assimilatie van glucose

c)

Door earobe dissimilatie van glucose

d)

Door anearobe dissimilatie van glucose

8.

Welk molecuul bevat de meeste energie?

a)

ADP

b)

ATP

c)

Glucose

d)

Glycogeen

9.

Welk product is GEEN verteringsenzym?

a)

Peptidase

b)

Amylase

c)

Gal

d)

Sacharase

10.

Onrijpe appels zijn niet lekker. Als een appel gaat rijpen wordt de schil zachter omdat enzymen delen van celwanden gaan afbreken.

Welke stof in de celwand is moeilijk te verteren?

4 lines
11.

Als gevolg van welke omzetting(en) in appels kunnen dieren die van appels eten, dronken worden?

a)

Alleen als gevolg van dissimilatie met zuurstof

b)

Alleen als gevolg van dissimilatie zonder zuurstof

c)

Als gevolg van dissimilatie met zuurstof en als gevolg van dissimilatie zonder zuurstof.

12.

Op deze röntgenfoto zie je een persoon die bolletjes cocaïne heeft geslikt. Waar bevinden zich de meeste bolletjes?

a)

In de dikke darm

b)

In de dunne darm

c)

In de endeldarm

d)

In de maag

e)

In de twaalfvingerige darm

13.

Op welke plek zal na het eten van een Mars de glucose waarden het meest stijgen?

a)

Op plek A

b)

Op plek B

c)

Op plek C

d)

Op plek D

14.

Welke van de onderstaande stoffen bevat stikstof?

a)

Cellulose

b)

Glucose

c)

Vetzuren

d)

Aminozuren

15.

Een bakker die zijn deeg wil laten rijzen moet het gist 'wakker schudden' met een beetje zoete melk. Waarom gaat zijn deeg dan wel rijzen?

4 lines
16.

Huidmondjes gaan open als sluitcellen water opnemen en onder druk komen te staan. Wat kun je zeggen over de osmotische waarde van zo'n sluitcel als deze water heeft opgenomen?

a)

Deze is verlaagd

b)

Deze is verhoogd

c)

Deze is niet veranderd.

17.

Een arts verwijderd de galblaas van een patiënt. Hierdoor moet de patiënt een aangepast dieet volgen. Wat mag deze patiënt niet meer te veel eten?

4 lines
18.

Bij het gistingsproces ontstaat alcohol en koolstofdioxide. Oliebollenbeslag moet eerst rijzen en hier vindt dus gisting plaats. Waarom wordt je dan niet dronken van oliebollen?

4 lines
19.

In de aangegeven (oranje) organellen wordt uit glucose ATP gehaald. Hier heb je:

a)

Geen zuurstof bij nodig.

b)

Wel zuurstof bij nodig.

20.

Waar in het lichaam bevinden zich de klieren die amylase produceren?

4 lines
21.

Diarree kan ontstaan door een te snelle darmperistaltiek. Welk onderdeel van het verteringsstelsel heeft dan te weinig tijd om voldoende water uit de ontlasting te halen?

a)

Slokdarm

b)

Dunne darm

c)

Dikke darm

d)

Maag

e)

Endeldarm

22.

In welke type vat vervoerd een plant glucose?

a)

Bastvaten

b)

Houtvaten

c)

Bloedvaten

23.

Amylase werkt wel in de slokdarm maar niet in de maag. Hoe kan dat?

4 lines
24.

Van welke voedingsstof is de afbraak weergegeven?

a)

Eiwit

b)

Glycogeen

c)

Glucose

d)

Aminozuur

e)

Vet

25.

Danny eet een appel en een frietje. Welke van deze voedingsstoffen kunnen als brandstof dienen in het lichaam van Danny? Je kunt meerdere opties selecteren.

a)

Koolhydraten

b)

Vitamines

c)

Vetten

d)

Zouten

e)

Eiwitten

26.

De eiwitten uit een ei worden wel 'hoogwaardige eiwitten' genoemd.


Waarom noemt men deze eiwitten 'hoogwaardig'?

a)

Deze eiwitten hebben een hoge verbrandingswaarde

b)

Deze eiwitten bevatten alle essentiële aminozuren

c)

Deze eiwitten bestaan uit extra lange ketens aminozuren

d)

Deze eiwitten bevatten veel meervoudig onverzadigde vetzuren

27.

Vier processen in het lichaam van de mens zijn:


1 glycogeenvorming in lever en spieren,

2 resorptie van glucose uit de dunne darm in het bloed,

3 vertering van zetmeel in de twaalfvingerige darm,

4 vetafbraak in de lever.


Welk van deze processen wordt door insuline gestimuleerd?

a)

proces 1

b)

proces 2

c)

proces 3

d)

proces 4

28.

Spijsverteringsklieren scheiden sappen af die vaak meer dan 1 functie hebben. Het sap dat door de maagwand afgescheiden heeft o.a. de functie(s): (let op je kunt meerdere dingen selecteren)

a)

Emulgeren van vetten

b)

Doden van bacteriën

c)

Vertering van koolhydraten

d)

Vertering van eiwitten

29.

Op welke van de aangegeven plekken in de darmvlok is het zuurstofgehalte het hoogst?

a)

Op plek 1

b)

Op plek 2

c)

Op plek 3

d)

Op plek 4

30.

Bij welke van de volgende maaltijden kun je verwachten dat een mens grote hoeveelheden ureum zal produceren?

a)

Frietje speciaal

b)

Broodje met jam

c)

Aardappelen met sla

d)

Rijst met kip

31.

Welke uit het darmkanaal opgenomen stoffen worden door lymfevaten verder getransporteerd?

a)

Aminozuren

b)

Monosachariden

c)

Vetten

d)

Zouten