Font size
WorksheetsImperfectum (contact H11)
Total questions: 24
Worksheet time: 12mins
ik (a) (afwassen) in m'n eentje als kind. stom!
jij (a) altijd netjes alle rommel ... na het koken. (opruimen)
Hij ...(opbellen) naar zijn vriendin om te vragen of hij boodschappen kon doen.
(a)
Wij (a) (gaan) elk jaar op wintersport naar Oostenrijk.
Jullie ...(hebben) vroeger toch een hond?!
(a)
U ...(weten) best, dat ik dat niet wilde.
(a)
Jan en Mieke ...(zijn) goede fietsers, maar nu niet meer, op hun tachtigste.
(a)
Ik ...(zeggen) toch, dat het ging regenen! En ik heb gelijk gekregen.
(a)
Jij ...(zien) net toch ook die Vlaamse Gaai hè? Mooi is die hè, met al dat blauw!
(a)
Janneke ...(krijgen) voor haar verjaardag altijd cadeaus van meer dan €100.
(a)
Wij (a) (kopen) altijd vlees bij de supermarkt maar tegenwoordig liever bij de slager.
Jullie...(koken) graag samen hè, toen de kinderen nog thuis woonden?
(a)
U ...(uitleggen) dat uitstekend uit net.
(a)
De jongens ...(kunnen) de klas niet vinden, zeiden ze. Maar ze waren gewoon te laat.
(a)
ik ...(willen) vroeger altijd zangeres worden.
(a)
Jij ...(mogen) helemaal niet uit, jongedame! En je bent toch gegaan!
(a)
Paul ...(moeten) vandaag naar de tandarts.
(a)
Wij ...(begrijpen) de vraag niet.
(a)
Wanneer ...je ...? (aankomen)
(a)
Het meisje ... in spanning ...(afwachten)
(a)
Wij ...met z'n allen tegelijk ...(binnenkomen)
(a)
Waar (a) jullie over ...? (nadenken)
U ....vroeg ...., zeg, al om 6 uur?!
(a)
Wie ...er nog meer ... met pokeren? (meedoen)
(a)
