wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Taalverzorging H4 + H5 (mavo 1)

Total questions: 18

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.

Wat is het lijdend voorwerp in de volgende zin? 'Liesbeth heeft mooie sjaals gemaakt.'

(a)  

2.

Als je naar 'de-woorden' verwijst dan verwijs je met..

a)

deze en die

b)

dit en dat

3.

Het heeft me niet verbaas..... dat hij te laat kwam.

a)

verbaast

b)

verbaasd

c)

verbaasdt

4.

De brandweer heeft het vuur geblus...

a)

geblusd

b)

geblust

c)

geblusdt

5.

Noteer de persoonsvorm: 'Wij gaan vanavond de bloemetjes buiten zetten.'

(a)  

6.

Het bijvoeglijk naamwoord zegt iets over het...

a)

werkwoord

b)

lijdend voorwerp

c)

zelfstandig naamwoord

d)

onderwerp

7.

Noteer het bijvoeglijke naamwoord: 'Mijn oma heeft een heerlijke taart gebakken.'

(a)  

8.

De vriendin met wie/waarmee ik naar de stad zou gaan, heeft net afgebeld.

a)

met wie

b)

waarmee

9.

'Zwemmen-zwom' is een voorbeeld van een

a)

sterk werkwoord

b)

zwak werkwoord

10.

'Razend gooide de leerkracht een krijtje door het lokaal.' Noteer het lijdend voorwerp.

(a)  

11.

Noteer de pv in verleden tijd: 'De politie (a)   (vermoeden) dat er sprake was van een misdrijf.'

12.

Noteer de pv in verleden tijd: 'De juf (a)   (glimlachen) vanmorgen naar de leerlingen.'

13.

Noteer het werkwoordelijk gezegde: 'Liever wilde Nelske blijven eten.'

(a)  

14.

Noteer het onderwerp: 'De bange jongen hoorde een vreemd geluid op zolder.'

(a)  

15.

Wat is het zelfstandig naamwoord in de volgende zin?: 'Simon wil straks gaan zwemmen.'

a)

gaan

b)

zwemmen

c)

straks

d)

Simon

16.

Noteer de persoonsvorm in verleden tijd: 'Linda ... (schuiven) haar stoel naar achteren.'

(a)  

17.

Noteer de persoonsvorm in verleden tijd: 'Anne ... (blazen) in haar hete koffie.'

(a)  

18.

Als de laatste letter in 't kofschip' zit dan spel je het woord met een....

a)

-t

b)

-d