Font size
WorksheetsTaalverzorging H4 + H5 (mavo 1)
Total questions: 18
Worksheet time: 9mins
Wat is het lijdend voorwerp in de volgende zin? 'Liesbeth heeft mooie sjaals gemaakt.'
(a)
Als je naar 'de-woorden' verwijst dan verwijs je met..
deze en die
dit en dat
Het heeft me niet verbaas..... dat hij te laat kwam.
verbaast
verbaasd
verbaasdt
De brandweer heeft het vuur geblus...
geblusd
geblust
geblusdt
Noteer de persoonsvorm: 'Wij gaan vanavond de bloemetjes buiten zetten.'
(a)
Het bijvoeglijk naamwoord zegt iets over het...
werkwoord
lijdend voorwerp
zelfstandig naamwoord
onderwerp
Noteer het bijvoeglijke naamwoord: 'Mijn oma heeft een heerlijke taart gebakken.'
(a)
De vriendin met wie/waarmee ik naar de stad zou gaan, heeft net afgebeld.
met wie
waarmee
'Zwemmen-zwom' is een voorbeeld van een
sterk werkwoord
zwak werkwoord
'Razend gooide de leerkracht een krijtje door het lokaal.' Noteer het lijdend voorwerp.
(a)
Noteer de pv in verleden tijd: 'De politie (a) (vermoeden) dat er sprake was van een misdrijf.'
Noteer de pv in verleden tijd: 'De juf (a) (glimlachen) vanmorgen naar de leerlingen.'
Noteer het werkwoordelijk gezegde: 'Liever wilde Nelske blijven eten.'
(a)
Noteer het onderwerp: 'De bange jongen hoorde een vreemd geluid op zolder.'
(a)
Wat is het zelfstandig naamwoord in de volgende zin?: 'Simon wil straks gaan zwemmen.'
gaan
zwemmen
straks
Simon
Noteer de persoonsvorm in verleden tijd: 'Linda ... (schuiven) haar stoel naar achteren.'
(a)
Noteer de persoonsvorm in verleden tijd: 'Anne ... (blazen) in haar hete koffie.'
(a)
Als de laatste letter in 't kofschip' zit dan spel je het woord met een....
-t
-d
