wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

H2 straling

Total questions: 34

Worksheet time: 27mins

Name
Class
Date
1.

De kern van een atoom bevat naast neutronen altijd...

(a)  

2.

Isotopen zijn atomen met:

a)

hetzelfde atoomnummer en hetzelfde massagetal.

b)

evenveel protonen als neutronen.

c)

een ander aantal neutronen en hetzelfde aantal protonen.

d)

een ander massagetal en een ander aantal protonen.

3.

Radon-220 (Rn-220) vervalt onder het uitzenden van een  α\alpha deeltje. Het atoomnummer van het atoom dat dan ontstaat is:

a)

86

b)

88

c)

84

d)

85

4.

Deze vraag gaat over de volgende soorten straling:


(1) Infrarode straling

(2) Gammastraling

(3) Röntgenstraling


Zet deze soorten straling in de juiste volgorde van golflengte, van klein naar groot. (cijfer,cijfer,cijfer)

(a)  

5.

Iemand staat zonder speciale kleding op 2,0m van een bron, die alfastraling uitzendt. Leg uit (met een argument) of deze persoon veel of weinig gevaar loopt schade te ondervinden.

4 lines
6.

Twee personen eten besmet voedsel. Persoon A krijgt hierdoor een Bètastraler in zijn lichaam, persoon B een Gammastraler. Leg uit (met een argument) welke van de twee personen het meeste gevaar loopt schade te ondervinden.

4 lines
7.

Bij het opwekken van kernenergie ontstaat radioactief afval. De Centrale Organisatie Voor Radioactief Afval (COVRA) slaat al het radioactief afval dat in Nederland ontstaat op. Dat gebeurt voor minstens 100 jaar. COVRA verwerkt dit afval zoveel mogelijk tot kleinere hoeveelheden. Dit wordt ingebed in beton en opgeslagen.

Bron: www.rijksoverheid.nl


Vanwege welke straling moet radioactief afval in beton gegoten worden?

a)

alfastraling

b)

bértastraling

c)

gammastraling

8.

Marie Curie (1867-1934) was één van de eerste natuurkundigen die onderzoek deed met radioactieve stoffen. In die tijd was er nog niet veel bekend over de gevaren van radioactieve stoffen. Zij bewaarde daarom stukken radioactief radium in haar bureau bij haar aantekeningen. Deze aantekeningen worden vandaag bewaard in een met lood beklede kist.


Welke soort of soorten straling houdt een met lood beklede kist tegen?

a)

alfastraling

b)

bétastraling

c)

gammastraling

9.

Deze straling wordt door een vel papier geabsorbeerd.

a)

alfastraling

b)

bétastraling

c)

gammastraling

10.

Mathea heeft een baby van drie maanden. Vandaag is ze voor een onderzoek naar het ziekenhuis geweest. De dokter heeft na afloop tegen haar gezegd dat ze de komende 24 uren geen borstvoeding mag geven.


In welk geval zal een arts zo'n advies geven?

a)

Na een bestraling van buitenaf met gammastralen.

b)

Na een rontgenfoto van de borsten.

c)

Na een hartonderzoek met een radioactieve tracer

11.

Gebruik tabel 25 uit het binas (https://maken.wikiwijs.nl/bestanden/546601/BINAS%20tabel%2025.pdf)

In het ziekenhuis wordt voor het bestrijden van tumoren gebruikgemaakt van radioactieve isotopen.

Een veel gebruikte radioactieve isotoop is jodium-131 (I-131).


Wat is de reden dat deze stof veel wordt gebruikt?

a)

I-131 is gemakkelijk te verkrijgen.

b)

I-131heeft een kort halfwaardetijd

c)

I-131 geeft geen alfastraling

12.

Na het toedienen van de tracer is de patiënt (licht) radioactief.

a)

waar

b)

onwaar

13.

Youri heeft een longonderzoek gehad. Hij moest hiervoor het radioactieve gas xenon-133 (Xn-133) inademen. Dit gas hecht zich aan de longen, waardoor zichtbaar wordt welke delen van zijn longen actief zijn.


Xenon-133 moet een lange halveringstijd hebben

a)

waar

b)

onwaar

14.

Youri heeft een longonderzoek gehad. Hij moest hiervoor het radioactieve gas xenon-133 (Xn-133) inademen. Dit gas hecht zich aan de longen, waardoor zichtbaar wordt welke delen van zijn longen actief zijn.


Na het longonderzoek is Youri (licht) radioactief geworden.

a)

waar

b)

onwaar

15.

Youri heeft een longonderzoek gehad. Hij moest hiervoor het radioactieve gas xenon-133 (Xn-133) inademen. Dit gas hecht zich aan de longen, waardoor zichtbaar wordt welke delen van zijn longen actief zijn.


Xenon-133 kun je ook gebruiken om tumoren te bestralen.

a)

waar

b)

onwaar

16.

Youri heeft een longonderzoek gehad. Hij moest hiervoor het radioactieve gas xenon-133 (Xn-133) inademen. Dit gas hecht zich aan de longen, waardoor zichtbaar wordt welke delen van zijn longen actief zijn.


De stof xenon-133 noem je een radioactieve tracer.

a)

waar

b)

onwaar

17.

Wat is geen elektromagnetische straling

a)

UV

b)

Rontgen

c)

Beta

d)

Gamma

18.

Waar uit bestaat beta straling

a)

Helium kernen

b)

Elektronen

c)

Protonen

d)

Elektro-magnetische straling

19.

Wat is de juiste volgorde van doordringend vermogen van de volgende straling van klein naar groot

a)

Alfa, Beta, Rontgen, Gamma

b)

Alfa, Beta Gamma, Rontgen

c)

Rontgen, Alfa, Beta, Gammma

d)

Gamma, Beta, Alfa, Rontgen

20.

Welke soort straling is het minst schadelijk bij bestraling van binnenuit?

a)

Alfastraling

b)

Betastraling

c)

Gammastraling

d)

Allemaal even schadelijk

21.

Wanneer je met zeer radioactieve stoffen werkt, dan kun je een mondkapje dragen. Waarom?


Klik het antwoord aan dat niet juist is.

a)

Het inademen van radioactief stof te beperken.

b)

Om inwendige bestraling tegen te gaan.

c)

Omdat radioactieve stoffen soms erg kunnen stinken.

d)

Omdat de verschillende atomen in de lucht ook radioactief kunnen worden.

22.

Met welke straling waarmee je eten kunt verwarmen in een magnetron.

a)

ir- straling

b)

microgolven

c)

uv-straling

d)

röntgenstraling

23.

Met welke straling zorgt er voor dat je huid donkerder kleurt

a)

ir- straling

b)

microgolven

c)

uv-straling

d)

röntgenstraling

24.

Welke warmtestraling straalt een mens uit?

a)

ir- straling

b)

microgolven

c)

uv-straling

d)

röntgenstraling

25.

Welke straling gaat niet door je botten.

a)

ir- straling

b)

microgolven

c)

uv-straling

d)

röntgenstraling

26.

Hoeveel neutronen bevat een Cu-63 atoom?

(a)  

27.

Welk deeltje wordt er uitgezonden bij alfastraling?

a)

Heliumdeeltje

b)

elektron

c)

Betadeeltje

d)

geen deeltje, maar straling

28.

Wat is er waar over betastraling?

a)

Een neutron wordt omgezet in een proton en een elektron

b)

Een elektron wordt omgezet in een proton en een neutron

c)

Een proton wordt omgezet in een neutron en een elektron

29.

In een laboratorium wordt gemeten hoeveel straling een stralingsbron uitzendt.

De hoeveelheid straling is gemeten in de eenheid becquerel (Bq) en is weergegeven is een grafiek.Wat is de halveringstijd van deze radioactieve stof?

a)

1 min

b)

1,5 min

c)

3 min

30.

Ra-226 heeft atoomnummer 88. Hoeveel protonen zitten er in de kern?

a)

88

b)

138

c)

226

31.

Ra-226 heeft atoomnummer 88. Hoeveel neutronen zitten er in de kern?

a)

88

b)

138

c)

226

32.

Ra-226 heeft atoomnummer 88. Er wordt alfa straling uitgezonden. Wat is het atoomnummer en het massagetal van het atoom wat er zal ontstaan?

a)

atoomnummer: 86 massagetal 222

b)

atoomnummer: 90 massagetal 230

c)

atoomnummer: 89 massagetal 226

d)

atoomnummer: 87 massagetal 226

33.

Ra-228 heeft atoomnummer 88. Er wordt beta min straling uitgezonden. Wat is het atoomnummer en het massagetal van het atoom wat er zal ontstaan?

a)

atoomnummer: 86 massagetal 224

b)

atoomnummer: 87 massagetal 228

c)

atoomnummer: 89 massagetal 228

d)

atoomnummer: 90 massagetal 232

34.

Een radioactieve stof heeft een halfwaardetijd van 2,5 dag.

Als je begint met 500 g. Na hoeveel tijd, is er dan nog 15,6 g over?

a)

2,5 dag

b)

12,5 dagen

c)

32 dagen

d)

80 dagen