WorksheetsHavo4 Oefentoets Ecologie, Vertering en Gedrag
Total questions: 16
Worksheet time: 22mins
Geef je achternaam; zet evt. voorzetsels (van/ de) achteraan.
Aan welke voorwaarden voldoet een goed-opgesteld voedselweb?
De pijlen volgen de richting van de voedselstromen
Er staat altijd een producent in
Benoem soortsnamen (zoals genoemd in de opgave)
De pijlen moeten recht zijn
Er mogen groepen genoemd worden
Wat is of zijn de belangrijkste redenen dat de totale biomassa van vossen kleiner is dan van konijnen?
Konijnen planten zich sneller voort
Er zijn meer konijnen dan vossen
Niet alle konijnen worden opgegeten door vossen
Van de gegeten konijnen verbrandt de vos een groot deel van de massa
Het konijn is niet helemaal verteerbaar door de vos
Via de methode vangen-merken-terugvangen krijgt een bioloog de volgende getallen: eerste vangst 12, tweede vangst 13, waarvan 3 gemerkt. Hoe groot is de populatie?
(a)
Welke gassen dragen bij aan het broeikaseffect?
Koolstofdioxide
Stikstofoxiden
Fijnstof
Methaan
Zuurstof
Welke gassen komen NIET vrij bij verbranding van biobrandstoffen?
Koolstofdioxide
Stikstofoxiden
Methaan
Zuurstof
Welke van onderstaande stoffen bevatten N in het molecuul?
Sacharose
Het aminozuur Tyrosine (Tyr, Y)
De nucleotide Adenine (A)
Een reservebrandstof-vet
Welke van onderstaande stoffen kan door ammonificatie omgezet worden tot (o.a.) ammoniak (NH3)?
Sacharose
Het aminozuur Tyrosine (Tyr, Y)
De nucleotide Adenine (A)
Een reservebrandstof-vet
Welke beschrijving hieronder past het beste bij het begrip 'ammonificatie'.
Ammonium (of ammoniak) wordt omgezet in een stikstofbevattende organische stof.
Het dissimilatieproces in reducenten waarbij organisch materiaal afgebroken wordt en er ammoniak ontstaat.
Wanneer N in beschikbare vorm voor producenten omgezet wordt in een molecuul die door producenten niet opgenomen kan worden.
Het proces waarbij stikstofgas omgezet wordt tot nitraat.
Het proces waarbij ammoniak omgezet wordt in stikstofgas.
Welk of welke van de volgende moleculen bevat nooit het atoom stikstof in het molecuul?
Koolhydraten
Vetten
Eiwitten
DNA
Van elk van bovenstaande groepen is minstens één voorbeeld te noemen waar N wel in zit.
Wat is de naam van het enige koolhydraat waar het atoom stikstof in zit?
(a)
Waar in de cel kun je vetmoleculen aantreffen waar het atoom N in zit?
(a)
"Alle eiwitten bestaan altijd alleen maar uit aminozuren"
Deze uitspraak is juist
Deze uitspraak is onjuist
Een krokodil eet zijn prooi helemaal op, dus ook de botten. Deze verteert het dier echter geheel. Welke uitspraak hierover is het meest waar?
Enzymen in het spijsverteringsstelsel verteren het kalk in de botten.
Botten worden helemaal fijngemalen door de kiezen, waarna de piepkleine fragmenten opgenomen kunnen worden.
Het maagzuur lost de calcium uit botten op, eiwitverterende enzymen doen de rest.
De galzure zouten van de lever lossen de botten op.
Welke uitspraken over enzymen kloppen NIET?
Bij stijgende temperatuur werken enzymen beter.
Wanneer de temperatuur te hoog wordt, gaan veel enzymen dood.
Door extreem lage temperaturen beschadigen enzymen en gaan ze kapot.
Op de camping je was doen met wasmiddel met enzymen in kokend water is zinloos.
Van welk type samenleven is er sprake bij jou en jouw darmflora?
symbiose
concurrentie
commensalisme
mutualisme
parasitisme
