wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

De Grote Jaarquiz Nederlands 2TVWO

Total questions: 30

Worksheet time: 7mins

Name
Class
Date
1.

Wat is de persoonsvorm?


Volgens de krant hoeven we in Nederland op een sterke daling van de benzineprijs niet te rekenen.

(a)  

2.

Wat is het voorzetselvoorwerp?


Volgens de krant hoeven we in Nederland niet te rekenen op een sterke daling van de benzineprijs.

(a)  

3.

Heeft de zin een werkwoordelijk of naamwoordelijk gezegde?


De Engelse Phil Taylor zal oppermachtig blijven.

(a)  

4.

Wat is het naamwoordelijk gezegde?


Zou deze schilder net zo beroemd als Rembrandt kunnen worden?

a)

Zou [beroemd kunnen worden]

b)

Zou [beroemd] kunnen worden

c)

Zou [beroemd] worden

d)

beroemd

5.

Wat is het lijdend voorwerp?


Op uw verzoek zenden wij u deze brochure over onze vakantiehuisjes toe.

a)

Deze brochure

b)

Deze brochure over onze vakantiehuisjes

c)

Onze vakantiehuisjes

d)

uw verzoek

6.

Wat is het meewerkend voorwerp?


Kan een arts bij langdurige verkoudheid zijn patiënt een medicijn voorschrijven?

(a)  

7.

Wat is het meewerkend voorwerp?


De meeste vrouwen schijnen hun baby bij voorkeur in de linkerarm te dragen.

a)

De meeste vrouwen

b)

hun baby

c)

in de linkerarm

d)

er is geen meewerkend voorwerp

8.

Hen of hun?


Astrid noteert hun op de lijst.

Astrid noteert hen op de lijst.

a)

hun

b)

hen

c)

kan allebei

9.

Maak de overtreffende trap af.


Vreemd - vreemder - (a)  

10.

Wat is de juiste spelling?


marianne betzema ten brink

a)

Marianne Betzema Ten Brink

b)

Marianne Betzema-Ten-Brink

c)

Marianne Betzema-ten Brink

d)

Marianne Betzema-tenBrink

11.

Wat is de juiste spelling?


shakespeare drama

a)

Shakespeare drama

b)

Shakespeare-drama

c)

shakespearedrama

d)

Shakespearedrama

12.

Met of zonder vraagteken?


De vraag is of iemand deze quiz met groot gemak gaat winnen?

a)

met vraagteken

b)

zonder vraagteken

c)

kan allebei

13.

Hoeveel komma's?


Anne let nou eens op joh

a)

Anne, let nou eens op, joh

b)

Anne, let nou eens op joh

c)

Anne let nou eens op, joh

d)

Anne let nou eens op joh

14.

Schrijf twee in het meervoud.

(a)  

15.

Cadeau's of cadeaus?

a)

cadeau's

b)

cadeaus

c)

kan allebei

16.

OPA, PAO, POA of APO?


De leerlingen wisten het antwoord niet.

a)

OPA

b)

POA

c)

APO

d)

PAO

17.

OPA, PAO, POA of APO?


Was Bram voor niemand bang?

a)

OPA

b)

POA

c)

APO

d)

PAO

18.

Vergelijking, metafoor of personificatie?


Hij is zo rood als een tomaat.

a)

Vergelijking

b)

Metafoor

c)

Personificatie

19.

Vergelijking, metafoor of personificatie?


De bomen fluisteren zijn naam.

a)

Vergelijking

b)

Metafoor

c)

Personificatie

20.

Hoe heet dit verschijnsel?


'Even de neuzen tellen'

a)

Metonymie: pars pro toto

b)

Metonymie: totem pro parte

c)

Metonymie

d)

Weet-ut-nie

21.

Welke beeldspraak?


Mijn hart zei me het voorstel maar te accepteren.

a)

Vergelijking

b)

Metafoor

c)

Personificatie

d)

Metonymie

22.

Welke beeldspraak?


Hij vroeg de ouders de hand van hun dochter.

a)

Vergelijking

b)

Metafoor

c)

Personificatie

d)

Metonymie

23.

Welke beeldspraak?


Dat schaap heeft zich weer beet laten nemen.

a)

Vergelijking

b)

Metafoor

c)

Personificatie

d)

Metonymie

24.

Hoe noem je dit woord?


Vergeet-mij-nietje

a)

Samenstelling

b)

Samenkoppeling

c)

Samengestelde samenkoppeling

25.

Hoe noem je dit woord?


Glas-in-loodraam

a)

Samenstelling

b)

Samenkoppeling

c)

Samengestelde samenkoppeling

26.

Hoofdzin of bijzin?


Daan eet geen mosselen, want hij houdt niet van vis.

a)

Twee hoofdzinnen

b)

Hoofdzin en bijzin

c)

Twee bijzinnen

27.

Hoofdzin of bijzin?


Daan eet geen mosselen, omdat hij niet van vis houdt.

a)

Hoofdzin + bijzin

b)

Twee hoofdzinnen

c)

Twee bijzinnen

28.

Klik de nevenschikkende voegwoorden aan.

a)

En

b)

Wanneer

c)

Terwijl

d)

Want

29.

Klik de onderschikkende voegwoorden aan

a)

Zoals

b)

Daardoor

c)

En

d)

Omdat

30.

Wat is de moraal van het verhaal?


Nederlands is toch echt wel een mooi vak. Ondanks dat het soms niet altijd even leuk is, weet ik dat het vak Nederlands wel belangrijk is om goed te beheersen, omdat ik het mijn hele verdere leven nodig zal hebben. Mensen zullen mij serieus nemen als ik grammaticaal correcte mails en verslagen schrijf, en mij goed kan uitdrukken tijdens een discussie. Ik word er een beter mens van!

a)

Een goede beheersing van het Nederlands betekent succes voor de toekomst.

b)

Nederlands is niet leuk, maar wel goed voor je.

c)

Nederlands is leuk en goed voor je.