Font size
WorksheetsDigitale les 17 juni 2020
Total questions: 16
Worksheet time: 8mins
Wat is/zijn de werkwoord(en) in deze zin?
De boer had geen eieren verwacht vandaag.
(a)
Wat zijn de werkwoorden in deze zin?
Zonder zijwieltjes fietsen, was moeilijker dan ik dacht.
(a)
Wat is de persoonsvorm in deze zin?
Gisteren bleek mijn moeder te gaan winkelen.
(a)
Wat is de persoonsvorm in deze zin?
Hoe laat is het?
(a)
Wat zijn de zelfstandig naamwoorden in deze zin?
Boaz is een lief jongetje van vier jaar.
(a)
Wat zijn de zelfstandig naamwoorden in deze zin?
Wanneer het zonnig is, zit ik graag in de tuin.
(a)
Wat zijn lidwoorden?
(a)
Wat is het onderwerp in deze zin?
Toen mijn elektrische fiets in de sloot viel, ging de accu stuk.
(a)
Wat is het onderwerp in deze zin?
Gewoonlijk houd ik niet van quizjes.
(a)
Wat is de verleden tijd meervoud van praten?
(a)
Wat is de verleden tijd enkelvoud van gebeuren?
(a)
Wat is de verleden tijd enkelvoud van het werkwoord geloven?
(a)
Wat is het voltooid deelwoord van het werkwoord vinden?
(a)
Wat is het voltooid deelwoord van het werkwoord sturen?
(a)
Wat is het bijvoeglijk naamwoord in de volgende zin?
Mijn opa houdt niet van dure sigaren.
(a)
Welke van de volgende bijvoeglijk naamwoorden is stoffelijk?
rode, katoenen, stinkende, gestreepte, plastic
(a)
