wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

stevigheid en beweging oefenen

Total questions: 20

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

Het borstbeen is aangegeven met nummer

a)

5

b)

6

c)

7

d)

8

2.

De ellepijp is aangegeven met nummer

a)

9

b)

13

c)

14

d)

18

3.

In de mergholte van pijpbeenderen vind je

a)

Rood beenmerg

b)

Geel beenmerg

4.

Nummer 2 is een

a)

Teenganger

b)

Topganger

c)

Zoolganger

5.

Welke beenverbinding maakt een beetje beweging mogelijk

a)

Vergroeiing

b)

Kraakbeen verbinding

c)

Gewricht

d)

Naadverbinding

6.

Het deel dat verantwoordelijk is voor de productie van gewrichtssmeer is nummer

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

7.

Het deel dat slijtage van de botten tegen gaat is nummer

a)

2

b)

3

c)

4

d)

5

8.

De gewrichtskom is aangegeven met nummer

a)

1

b)

4

c)

5

d)

6

9.

De elleboog is een gewricht als nummer

a)

1

b)

2

c)

3

10.

Juist of onjuist: een ander woord voor botten is beenderen

a)

Juist

b)

Onjuist

11.

Welke persoon breekt sneller een bot als hij valt?

a)

Een baby

b)

Een kind

c)

Een volwassene

d)

Een oudere

12.

Wat is een ontwrichting?

a)

Een botbreuk

b)

Een gewrichtskogel is uit de gewrichtskom

c)

Een kapselband is opgerekt

d)

Een verzwikking

13.

Als je een spier aanspant wordt de spier:

a)

Langer en dikker

b)

Langer en dunner

c)

Korter en dikker

d)

Korter en dunner

14.

Aan welke kant bij de hand zit de ellepijp vast?

a)

De duim

b)

De pink

15.

Wat is een ander woord voor ruggengraat?

a)

Wervelkolom

b)

Lendenwervel

c)

Halswervel

d)

Borstwervel

16.

Welke functie van het skelet zorgt ervoor dat je niet in elkaar zakt?

a)

Stevigheid

b)

Beweging

c)

Bescherming

d)

Vorm

17.

Welk orgaan wordt beschermt door het skelet?

a)

Darmen

b)

Maag

c)

Longen

d)

Luchtpijp

18.

Welke stof verdwijnt als je een bot in zoutzuur legt?

a)

Kalk

b)

Lijmstof

19.

Welke beenverbinding zit er tussen de ribben en de borstkas?

a)

Gewricht

b)

Kraakbeen

c)

Vergroeiing

d)

Naadverbinding

20.

Welk deel van het gewricht zorgt ervoor dat deze goed op zijn plek blijft?

a)

Laagje kraakbeen

b)

Kapselbanden

c)

Gewrichtssmeer

d)

Gewrichtskogel