Font size
WorksheetsEindquiz Nederlands klas 1
Total questions: 32
Worksheet time: 59mins
Je leest een tekst. Welk onderwerp is waarschijnlijk het beste?
Vriendschap
Vriendschap in coronatijd
Vriendschap in coronatijd is belangrijk.
In dit deel van de tekst geeft de schrijver aan waar hij het over gaat hebben.
Inleiding
Kern
Slot
In dit deel van de tekst vat de schrijver alles samen of geeft hij een conclusie.
Inleiding
Kern
Slot
In dit deel van de tekst geeft de schrijver informatie over het onderwerp.
Inleiding
Kern
Slot
5. Wat is het doel van deze tekst?
Informeren
Instrueren
Activeren
Overtuigen
Amuseren
Wat is het doel van deze tekst?
Informeren
Instrueren
Activeren
Overtuigen
Amuseren
Wat is het doel van deze tekst?
Informeren
Instrueren
Activeren
Overtuigen
Amuseren
Wat is het doel van deze tekst?
Informeren
Instrueren
Activeren
Overtuigen
Amuseren
Welk signaalwoord hoort bij een tegenstelling?
ook
maar
dus
Welk woord is een lidwoord?
de
van
bank
gezellige
Welk woord is een zelfstandig naamwoord?
de
van
bank
gezellige
Welk woord is een bijvoeglijk naamwoord?
de
van
bank
gezellige
Welk woord is een voorzetsel?
de
van
bank
gezellige
In welke zin zie je een vast voorzetsel?
Ik houd van jou.
Ik fiets naast jou.
Welke zin is correct?
Davey de Vries fietst op zijn belgische fiets naar Rotterdam.
Davey De Vries fietst op zijn belgische fiets naar Rotterdam.
Davey de Vries fietst op zijn Belgische fiets naar Rotterdam.
Het winkelcentrum (worden) binnenkort (uitbreiden) met een nieuwe schoenenzaak.
Word, uitgebreid
Wordt, uitgebreid
Word, uitgebreit
Wordt, uitgebreit
Wanneer lees je een tekst oriënterend?
Als je alleen de afbeeldingen bekijkt.
Als je iets wilt opzoeken in de tekst.
Als je precies wilt weten wat er in de tekst staat.
Als je snel wilt weten waarover de tekst gaat.
Welke uitspraken zijn waar?
Alle werkwoorden hebben een duidelijke betekenis.
Een werkwoord is een woordsoort.
Een werkwoord kun je vervoegen.
In een zin staan minstens twee werkwoorden
Van welke zin is de verdeling in zinsdelen juist?
Bij het skiën/ heeft / Anneloes / haar bovenbeen / gebroken.
De verdachte / legde / een verklaring af / tegenover de politie.
In de eerste paragraaf / van de tekst / stond / een grote spelfout.
Marloes/ heeft / een mooie etage / gekocht / in het centrum / van Amsterdam.
Als de persoonsvorm enkelvoud is, moet het onderwerp ook enkelvoud zijn.
Waar
Niet waar
Het oerwou[d|t] wordt vaak bezoch[d|t] door de Nederlandse toeristen.
oerwoud, bezochd
oerwoud, bezocht
oerwout, bezochd
oerwout, bezocht
Het gezegde bestaat altijd uit meerdere werkwoorden.
Waar
Niet Waar
In de inleiding van de tekst …
maak je kennis met het onderwerp en lees je wat belangrijk is in de tekst.
maak je kennis met het onderwerp en lees je vaak een voorbeeld of anekdote.
zorgt de schrijver dat je het onderwerp weet en vertelt hij nooit een anekdote.
zorgt de schrijver ervoor dat je nieuwsgierig bent naar het slot van de tekst.
Afstanden, gewichten en maten zijn altijd lijdend voorwerp.
Waar
Niet Waar
Welk zinsdeel ontbreekt in deze zin?
Door een overstekende kat op het drukke kruispunt schrikt een motorrijdster zich wild.
persoonsvorm
onderwerp
werkwoordelijk gezegde
lijdend voorwerp
De deur is dicht. Wil jij [dat|die] even opendoen?
dat
die
In welke zinnen staan vaste voorzetsels?
Achter het hek bevindt zich een park.
De toeristen zijn op zoek naar een fijne slaapplaats.
Misschien kun je tijdens je vakantie ons een foto sturen?
Een voorbeeld van het tekstdoel amuseren is een …
bespreking van een app
leesboek
recept
uitnodiging
Een voorbeeld van het tekstdoel de lezer iets laten doen, is een …
stripverhaal
bespreking van een concert
gebruiksaanwijzing
nieuwsbericht
In welke zin staat een stoffelijk bijvoeglijk naamwoord?
Koningin Maxima droeg op Koningsdag een creatie van het Belgische modehuis Natan.
Op de inhuldigingsdag straalde koningin Maxima in een sierlijke koningsblauwe jurk met daarop borduursels.
Wanneer koos onze koningin voor een jurk van zijde?
Ze droeg op Prinsjesdag een prachtige jurk van ontwerper Jan Taminiau.
Waar ben je trots op bij het vak Nederlands?
Waar wil je volgend jaar aan gaan werken bij Nederlands?
