wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Gambia MH1

Total questions: 50

Worksheet time: 25mins

Name
Class
Date
1.

Welk land is het meest ontwikkeld?

a)

Zuid- Afrika

b)

Gambia

c)

Madagaskar

d)

Marokko

2.

Wat is het verschil tussen het geboortecijfer en het aantal geboorten in een land?

a)

Het geboortecijfer is het aantal geboorten per 1000 inwoners over een bepaalde periode, dat is dus een ander getal dan het aantal geboorten in een land

b)

Het aantal geboorten is een percentage, dat is dus een ander getal dan het geboortecijfer

c)

Het geboortecijfer is het aantal kinderen dat een vrouw gemiddeld krijgt, dat is dus een ander getal dan het aantal geboorten in een land

3.

Rond de 15e eeuw werd Gambia gekoloniseerd door de Britten. Waar verdienden ze het meeste geld mee?

a)

Specerijen

b)

Slavenhandel

c)

Aardappels

d)

Koffie

4.

Voedsel, onderdak en medische zorg noemen we (a)  

5.

Wanneer is de regentijd in Gambia?

a)

Juni tot november

b)

Januari en februari

c)

Maart tot juli

d)

December tot maart

6.

In welke eeuw kwamen de Europeanen voor het eerst met heel veel mensen naar Afrika?

a)

15e eeuw

b)

19e eeuw

c)

20e eeuw

d)

17e eeuw

7.

In welk jaar werden de huidige grenzen van Gambia vastgelegd?

a)

1900

b)

1995

c)

1780

d)

2015

8.

Gambia ontwikkelt zich de afgelopen jaren snel

a)

Waar

b)

Niet waar

9.

De levensverwachting in Gambia ligt boven de 55 jaar

a)

Waar

b)

Niet waar

10.

De meeste Gambianen zijn...

a)

Islamitisch

b)

Christelijk

c)

Joods

d)

Boeddhistisch

11.

Een voorbeeld van directe werkgelegeheid is:

a)

Een kok in een hotel

b)

Een bouwvakker die een hotel bouwt

12.

Een voorbeeld van indirecte werkgelegenheid is:

a)

Een kok in een hotel

b)

Een bouwvakker die een hotel bouwt

13.

Wat is ontwikkelingshulp?

a)

Rijke landen helpen ontwikkelingslanden om hun levensomstandigheden te verbeteren

b)

Gambia maakt ontwikkelingsplannen en gaat op zoek naar sponsoren

c)

Gambia krijgt geen geld van andere landen en zorgt zelf voor inkomsten

14.

De temperatuur in Gambia is altijd

a)

Hoog

b)

Laag

c)

Hetzelfde als in Nederland

15.

Gambia is het ..... land van Afrika

a)

Kleinste

b)

Grootste

c)

Rijkste

d)

Armste

16.

Wat is de officiële taal van Gambia?

(a)  

17.

Het percentage mensen werkzaam in de landbouw is in Gambia

a)

Hoog

b)

Laag

18.

Welke landschappen komen voor in Gambia?

a)

Regenwoud

b)

Woestijn

c)

Savanne

d)

Dennenbossen

e)

Toendra

19.

Welk klimaat heeft Gambia?

a)

Droog klimaat

b)

Tropisch klimaat

c)

Subtropisch klimaat

d)

Zeeklimaat

20.
  1. Op het platteland van Gambia is een groot gedeelte van de inwoners arm
  2. Armoede kun je bijvoorbeeld meten door het aantal leraren in een land te tellen
a)

1 is juist

b)

2 is juist

c)

Beiden zijn juist

d)

Beiden zijn onjuist

21.

Een groep mensen met een eigen cultuur en taal noemen we een:

a)

Etnische groep

b)

Beroepsgroep

c)

Gemengde groep

d)

Gezellige groep

22.

In welke sector zijn de meeste mensen in Gambia werkzaam?

a)

Landbouw

b)

Industrie

c)

Diensten

23.

Welke rivier stroomt er door Gambia?

a)

De Nijl

b)

De Cuendo

c)

De Gambia

d)

De Zambezi

24.

Gambianen die naar het buitenland reizen om geld te verdienen zijn?

a)

Arbeidsmigranten

b)

Vluchtelingen

c)

Toeristen

25.

Wat zijn de basisbehoeften?

a)

Voedsel

b)

Onderwijs

c)

WC papier

d)

Onderdak

e)

Medische zorg

26.

Meer dan 50 % van de Gambianen is boer

a)

Waar

b)

Niet waar

27.

Welk land heeft het hoogste geboortecijfer?

a)

Nederland

b)

Zuid-Afrika

c)

Gambia

d)

Marokko

28.

Wat betekent het BNP?

(a)  

29.

Op welk continent ligt Gambia?

a)

Azië

b)

Zuid-Amerika

c)

Afrika

d)

Antarctica

e)

Australië

30.

Waar verdient Gambia het meeste geld mee?

a)

Toerisme

b)

Markten

c)

Visserij

d)

Landbouw

31.

De gezinnen in Gambia zijn groot, omdat mensen veel kinderen krijgen zodat ze voor hun ouders kunnen gaan zorgen

a)

Juist

b)

Onjuist

32.

In welk deel van Gambia wonen de meeste mensen?

a)

Het binnenland

b)

De kust

c)

Langs de rivier

d)

Aan de grens met Senegal

33.

In Gambia is ongeveer 60% van de bevolking onder de 25 jaar

a)

Juist

b)

Onjuist

34.

De buurlanden van Gambia zijn:

a)

Senegal, Mali en Congo

b)

Senegal en Guinee

c)

Senegal, Sierra Leone, Mali en Guinee

d)

Senegal

35.

De hoofdstad van Gambia is

a)

Banjul

b)

Serekunda

c)

Kunta Kinteh

d)

Dakar

36.

Hoe noemen we de droge, stoffige wind die uit de Sahara waait?

a)

Harmattan

b)

Mistral

c)

Fohn

d)

Passaat

37.

Wat betekent verstedelijking?

a)

Mensen trekken van het platteland naar de stad

b)

Mensen trekken van de stad naar het platteland

c)

Mensen trekken naar buurlanden

d)

Mensen trekken naar Europa

38.

Gambia is een dunbevolkt land

a)

Juist

b)

Onjuist

39.

Het belangrijkste exportproduct van Gambia is:

a)

De pinda

b)

Koffie

c)

Rijst

d)

Cacao

40.

Als je ongeschoold en slecht betaald werk doet, ben je werkzaam in de :

a)

Informele sector

b)

Landbouwsector

c)

Industriële sector

d)

Dienstensector

41.

Het bouwen van een school is een voorbeeld van

a)

Structurele hulp

b)

Noodhulp

42.

Voedselhulp is een voorbeeld van

a)

Structurele hulp

b)

Noodhulp

43.

Wat betekent het begrip: artsendichtheid?

a)

Het aantal artsen per 1000 inwoners

b)

Hoeveel artsen er in totaal in een land zijn

c)

Hoeveel artsen er in een stad wonen

44.

Wat is de mangrove?

a)

Een dier dat in Gambia leeft

b)

Een soort bos dat in zoet en zout water staat langs de kust of een rivier

c)

De grens van Gambia

d)

Een etnische groep uit het oosten van Gambia

45.

De verandering van het bevolkingsaantal door geboorte en sterfte noemen we:

a)

Natuurlijke bevolkingsgroei

b)

Sterftecijfer

c)

Selectieve bevolkingsgroei

d)

Ontwikkelingskenmerken

46.

Wat is de big mac-index?

a)

Die geeft aan waar MacDonalds zit

b)

Die geeft aan hoeveel Big Macs je kunt kopen voor 10 dollar in een bepaald land

c)

Die geeft aan waar mensen honger hebben

47.

Als je niet kunt lezen en schrijven ben je een

a)

Alfabeet

b)

Analfabeet

48.

Iemand die zelfverbouwd voedsel verkoopt is werkzaam in de informele sector

a)

Juist

b)

Onjuist

49.

Urbanisatie is een ander woord voor

a)

Verstedelijking

b)

Afrikaanse muziek

c)

Regentijd

d)

Infrastructuur

50.

De Afrikaanse slaven gingen vooral richting Indonesië en China

a)

Waar

b)

Niet waar, ze gingen naar Noord- en Zuid- Amerika

c)

Niet waar, ze gingen naar Europa