wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Herstellingen: Hurder vs Verhuurder

Total questions: 10

Worksheet time: 20mins

Name
Class
Date
1.

De huurder breekt een raam. Wie moet het raam vervangen?

a)

De huurder

b)

De verhuurder

2.

Bakstenen vallen van de schoorsteen, wie moet voor de reparatie betalen?

a)

De huurder

b)

De verhuurder

3.

Wie moet betalen voor het regelmatige vegen (poetsen) van de schoorsteen? (een specialist komt de schoorsteen te reinigen)

a)

De huurder

b)

De verhuurder

4.

Een gas riool is kapot. Het was te oud. Wie betaalt?

a)

De huurder

b)

De verhuurder

5.

Wie moet de bomen in de tuin snoeien?

a)

De huurder

b)

De verhuurder

6.

Wie betaalt voor het jaarlijkse onderhoud van de centrale verwarming? (een specialist komt om de centrale verwarming te checken en te poetsen)

a)

De huurder

b)

De verhuurder

7.

De gootsteen is verstopt. Wie moet het repareren?

a)

De huurder

b)

De verhuurder

8.

Het stopcontact werkt niet meer. Wat doe je?

a)

Ik laat de huisbaas (verhuurder) weten dat er een probleem is.

b)

Ik probeer om het zelf op te lossen.

c)

Ik bel een specialist.

9.

De huurder trekt een kabel te hard uit het stopcontact. De kabels hangen nu los. Wie betaalt voor de reparatie?

a)

De huurder

b)

De verhuurder

10.

Kies de stellingen (zinnen) die juist zij:

a)

De huurder: kleine herstellingen (repareert wat hij kapot maakt) + onderhoud (de centrale verwarming en de schoorsteen laten reinigen).

b)

De verhuurder: grote herstellingen (bv. als iets breekt omdat de woning te oud is).

c)

De huurder moet niets betalen, hij is de eigenaar niet.

d)

De verhuurder moet niets betalen, hij heeft de woning verhuurd, hij woont daar niet meer.