wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

anatomie - terminologie

Total questions: 25

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Kruis aan wat correct is.

Het sagittaal vlak -

a)

het verticale vlak dat een scheiding maakt tussen links en rechts

b)

het verticale vlak dat een scheiding maakt tussen voor en achter

c)

het horizontale vlak dat een scheiding maakt tussen boven en onder

2.

Kruis aan wat correct is.

Het frontaal of coronaal vlak -

a)

het verticale vlak dat een scheiding maakt tussen links en rechts

b)

het verticale vlak dat een scheiding maakt tussen voor en achter

c)

het horizontale vlak dat een scheiding maakt tussen boven en onder

3.

Kruis aan wat correct is.

Het transversaal vlak -

a)

het verticale vlak dat een scheiding maakt tussen links en rechts

b)

het verticale vlak dat een scheiding maakt tussen voor en achter

c)

het horizontale vlak dat een scheiding maakt tussen boven en onder

4.

Kruis aan wat correct is.

De sagittale as

a)

is de horizontale as in de diepte van het lichaam (tussen voor- en achterkant)

b)

wordt gevormd door de snijding van het sagittale en het transversale vlak

c)

is de horizontale as in de breedte van het lichaam

d)

wordt gevormd door de snijding van het transversale en het frontale vlak

e)

wordt gevormd door de snijding van het sagittale en het frontale vlak

5.

Kruis aan wat correct is.

De transversale of laterale as

a)

is de horizontale as in de diepte van het lichaam (tussen voor- en achterkant)

b)

wordt gevormd door de snijding van het sagittale en het transversale vlak

c)

is de horizontale as in de breedte van het lichaam

d)

wordt gevormd door de snijding van het transversale en het frontale vlak

e)

wordt gevormd door de snijding van het sagittale en het frontale vlak

6.

Kruis aan wat correct is.

De longitudinale of verticale as

a)

is de as volgens de lengte van het lichaam

b)

wordt gevormd door de snijding van het sagittale en het transversale vlak

c)

is de horizontale as in de breedte van het lichaam

d)

wordt gevormd door de snijding van het transversale en het frontale vlak

e)

wordt gevormd door de snijding van het sagittale en het frontale vlak

7.

Welke figuur toont de transversale as?

a)
b)
c)
8.

Welke figuur toont de sagittale as?

a)
b)
c)
9.

Welke figuur toont de laterale as?

a)
b)
c)
10.

Welke figuur toont de longitudinale as?

a)
b)
c)
11.

in buitenwaartse richting weg van de longitudinale as van het lichaam =

a)

lateraal

b)

mediaal

12.

in de richting van de longitudinale as van het lichaam =

a)

lateraal

b)

mediaal

13.

Kies wat juist is:

De navel bevindt zich ...... van de romp

a)

ventraal

b)

dorsaal

c)

anterior

d)

posterior

14.

Kies wat juist is:

Het schouderblad bevindt zich ...... van de thorax

a)

ventraal

b)

dorsaal

c)

anterior

d)

posterior

15.

Kies wat juist is:

De neus bevindt zich .... van de kin

a)

craniaal

b)

caudaal

c)

inferior

d)

superior

e)

cefaal

16.

Kies wat juist is:

De knieën bevinden zich .... ten opzichte van de heupen

a)

craniaal

b)

caudaal

c)

inferior

d)

superior

e)

cefaal

17.

Kies wat juist is.

De dij bevindt zich ... ten opzichte van de voet

a)

proximaal

b)

distaal

18.

Kies wat juist is.

De vingers bevinden zich ... ten opzichte van de pols

a)

proximaal

b)

distaal

19.

Kies wat juist is.

De hoofdhuid is ... ten opzichte van de schedel

a)

superficiaal

b)

profundus

20.

Kies wat juist is.

De femur ligt .... ten opzichte van de omliggende skeletspieren

a)

superficiaal

b)

profundus

c)

internus

d)

externus

21.

Kies wat juist is.

De femur ligt .... ten opzichte van de omliggende skeletspieren

a)

superficiaal

b)

profundus

c)

internus

d)

externus

22.

Kies wat juist is.

Een spier naar binnen toe is ...

a)

superficiaal

b)

profundus

c)

internus

d)

externus

23.

Kies wat juist is.

Een spier naar buiten toe is ...

a)

superficiaal

b)

profundus

c)

internus

d)

externus

24.

De hersenen en het ruggenmerg behoren tot het ..... zenuwstelsel

a)

centrale

b)

perifere

25.

De zenuwen behoren tot het ..... zenuwstelsel

a)

centrale

b)

perifere