Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Wat weet je nog van havo-4?

Total questions: 15

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Hoe heet een prikkel die altijd hetzelfde gedrag tot gevolg heeft?

a)

Sleutelprikkel

b)

Supernormale prikkel

c)

Inwendige prikkel

d)

Uitwendige prikkel

2.

Wanneer een dier gedrag vertoont uit twee tegengestelde gedragssystemen, dan noemen we dat gedrag

a)

Ambivalent gedrag

b)

Overspronggedrag

c)

Omgericht gedrag

3.

Hoe het heet proces waarbij water van een hoge naar een lage concentratie water door een membraan diffundeert?

a)

Mitose

b)

Meiose

c)

Osmose

d)

Diffusie

e)

Actief transport

4.

Hoe heet dit organel?

a)

Mitochondrium

b)

Ruw endoplasmatisch reticulum

c)

Glad endoplasmatisch reticulum

d)

Golgi systeem

5.

Wat gebeurt er in de S-fase van de celcyclus?

a)

Het DNA wordt gerepliceerd

b)

De cel groeit en maakt eiwitten

c)

De chromatiden gaan uit elkaar

d)

Het celmembraan lost op

6.

Wat zijn verschillen tussen DNA en RNA?

a)

DNA heeft een andere suiker dan RNA

b)

RNA heef Uracil, DNA heeft Thymine

c)

DNA is dubbelstrengs, RNA is enkelstrengs

d)

DNA heeft een andere fosfaatgroep dan RNA

7.

Wat is kenmerkend voor eukaryote cellen?

a)

Zij hebben een echte kern

b)

Zij hebben wel een celwand

c)

Zij hebben wel cytoplasma

d)

Zij hebben wel een celmembraan

8.

Wanneer een rode bloedcel in aanraking komt met demiwater, dan

a)

zal de rode bloedcel zwellen doordat het in een hypotonische oplossing terechtkomt

b)

zal de rode bloedcel zwellen doordat het in een hypertonische oplossing terechtkomt

c)

zal de rode bloedcel krimpen doordat het in een hypotonische oplossing terechtkomt

d)

zal de rode bloedcel krimpen doordat het in een hypertonische oplossing terecht komt

9.

Dit hormoon zorgt voor de ovulatie

a)

FSH

b)

LH

c)

Progesteron

d)

Oestrogeen

e)

Testosteron

10.

Glucose wordt bij verbranding in de eerste stap omgezet in pyrodruivenduur. Dit levert

a)

1 ATP

b)

2 ATP

c)

8 ATP

d)

38 ATP

11.

Houtvaten vervoeren

a)

Water en mineralen van blad naar wortel

b)

Water en mineralen van wortel naar blad

c)

Suikers van wortel naar blad

d)

Suikers van blad naar wortel

12.

Wat is geen functie van maagzuur?

a)

Het zet pepsinogeen om in pepsine dat eiwitten verteert

b)

Het doodt bacterien in de maag

c)

Het verteert koolhydraten

13.

Welk van onderstaande stoffen hoeven NIET verteerd te worden voor opname?

a)

Zetmeel

b)

Vitamine C

c)

Water

d)

Eiwitten

e)

Vetten

14.

Hoe heet de relatie tussen twee organismen waarbij beide voordeel hebben?

a)

Mutualisme

b)

Parasitisme

c)

Commensalisme

d)

Predator-prooi relatie

15.

Bekijk het voedselweb. De muis in het voedselweb is

a)

Toppredator

b)

Consument van de 1e orde

c)

Consument van de 2e orde

d)

Zowel consument van de 1e orde als consument van de 2e orde