Font size
WorksheetsWerkwoordspelling 1,2 en 3
Total questions: 20
Worksheet time: 9mins
Vul de persoonsvorm tegenwoordige tijd in.
Je broer (vermijden) ........... eten.
vermijd
vermeed
vermijt
vermijdt
Vul de persoonsvorm tegenwoordige tijd in.
Het (gebeuren) .......... zelden dat jij je mond houdt.
gebeurd
gebeurt
gebeurdt
gebeurde
Jelle heeft een spannend avontuur (beleven)
beleeft
beleefd
beleefdt
Jitse (plakken, vt) de postzegels in het boek.
plakte
plakde
plaktte
Silke .........gisteren 50 euro onder haar vrienden.
verlote
verloot
verlootte
Vorig jaar ........ Thomas in Nice een paar vrienden.
ontmoet
ontmoeten
ontmoette
Het nieuwe programma kan op mijn computer niet worden ...
geopent
geopend
geopendt
Premier Rutte heeft al maatregelen ... (aankondigen)
(a)
Het coronavirus heeft Nederland ... (veroveren)
(a)
De afgesproken gedragsregels ... (zijn t.t.) helder, maar toch zijn er altijd mensen die zich hier niet aan houden.
(a)
In Friesland ... (stijgen v.t.) het aantal geregistreerde besmettingen met 22 naar 188 in totaal.
(a)
De leerling (mailen vt) het antwoord naar de docent.
(a)
Het (tochten vt) erg in de kamer.
(a)
Mijn vader (verbieden tt) het downloaden van series op mijn Ipad.
(a)
Sinds de coronacrisis (wachten vt) mijn broers op werk.
(a)
Het (worden tt) tijd om mijn cijfers te verbeteren.
(a)
(Vinden tt) jij de toets ook zo moeilijk?
(a)
Sinds wanneer (melden tt) je broer zich niet meer?
(a)
