WorksheetsTalent Woordenschat 3 Gemengd hoofdstuk 03
Total questions: 24
Worksheet time: 8mins
Name
Class
Date
1.
aandoenlijk
a)
ontroerend, lief, schattig
b)
organisatie voor onderwijs of onderzoek
c)
degelijk; met de hand gemaakt
2.
alternatief
a)
1 (zn) andere mogelijkheid;<br />2 (bn) anders dan gewoonlijk
b)
opvoedkundige, geleerde die alles over opvoeden weet
c)
demonstratief, uitdagend
3.
het beleid
a)
manier waarop je de belangrijkste zaken regelt, aanpak
b)
op een ellendige manier doodgaan
c)
doeltreffend, met een gunstig effect
4.
dat is uit den boze
a)
dat mag echt niet, dat is niet goed
b)
oorspronkelijk, origineel
c)
geestelijk (in tegenstelling tot fysiek, lichamelijk)
5.
continu
a)
onafgebroken, voortdurend
b)
ontroerend, lief, schattig
c)
gehoorspecialist in een winkel
6.
creperen
a)
op een ellendige manier doodgaan
b)
onthouden zullen worden
c)
getal dat aangeeft hoeveel procent iets is
7.
cruciaal
a)
beslissend, heel belangrijk
b)
ongeveer even goed of sterk, vergelijkbaar
c)
gewoonlijk, normaal gesproken, normaal, gangbaar
8.
het draagvlak
a)
de wil bij mensen om een beslissing te steunen
b)
onafgebroken, voortdurend
c)
handelen omdat er iets fout gaat
9.
flexibel
a)
1 soepel, niet star; 2 buigzaam
b)
niet in verhouding, te groot, te veel, overdreven veel
c)
heel bijzonder omdat er maar één van is
10.
impuls
a)
plotseling verlangen, eerste reactie
b)
niet ... en ook niet
c)
heel serieus
11.
ingrijpen
a)
handelen omdat er iets fout gaat
b)
nauwelijks, bijna niet of bijna geen
c)
heel soms, incidenteel, een enkele keer
12.
het initiatief
a)
voorstel, de eerste stappen, eerste begin
b)
mogelijk, het zou kunnen gebeuren
c)
het eens zijn met iets of iemand
13.
de maatschappij
a)
alle mensen die samen ergens leven, de gemeenschap
b)
mogelijk maken
c)
iedereen kijkt naar
14.
ondoordacht
a)
zonder dat er goed over nagedacht is
b)
minimaal
c)
ik word er blij van
15.
potentieel
a)
mogelijk, het zou kunnen gebeuren
b)
maximaal, allerbest, allerhoogst
c)
immers
16.
schaden
a)
schade veroorzaken, benadelen, nadelig zijn
b)
manier waarop je de belangrijkste zaken regelt, aanpak
c)
in het geheel, sowieso, helemaal
17.
zich ergens achter scharen
a)
het eens zijn met iets of iemand
b)
manier (campagne) om te zorgen dat mensen slecht over iemand gaan denken
c)
klein apparaat dat iets meet zoals licht, geluid, druk
18.
schouderophalend
a)
1 onverschillig; 2 twijfelend; 3 niet begrijpend
b)
laatst, kortgeleden, recent
c)
laatst, kortgeleden, recent
19.
sporadisch
a)
heel soms, incidenteel, een enkele keer
b)
klein apparaat dat iets meet zoals licht, geluid, druk
c)
manier (campagne) om te zorgen dat mensen slecht over iemand gaan denken
20.
tenminste
a)
althans
b)
in het geheel, sowieso, helemaal
c)
manier waarop je de belangrijkste zaken regelt, aanpak
21.
ten minste
a)
minimaal
b)
immers
c)
maximaal, allerbest, allerhoogst
22.
tenslotte
a)
immers
b)
ik word er blij van
c)
minimaal
23.
ten slotte
a)
tot slot, aan het eind
b)
iedereen kijkt naar
c)
mogelijk maken
24.
het welzijn
a)
toestand waarin het geestelijk, lichamelijk en sociaal goed met je gaat
b)
het eens zijn met iets of iemand
c)
mogelijk, het zou kunnen gebeuren
100 %
