wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

AFP - Cellen en Weefsels (H1 A&F)

Total questions: 26

Worksheet time: 18mins

Name
Class
Date
1.

Wat is Anatomie

a)

Wetenschap van bouw van lichaam

b)

Wetenschap van werking van het lichaam

c)

Wetenschap van ziektes van het lichaam

2.

Wat is Fysiologie

a)

Wetenschap van bouw van lichaam

b)

Wetenschap van werking van het lichaam

c)

Wetenschap van ziektes van het lichaam

3.

Wat is Pathologie

a)

Wetenschap van bouw van lichaam

b)

Wetenschap van werking van het lichaam

c)

Wetenschap van ziektes van het lichaam

4.

Wat is de kleinste zelfstandige eenheid in ons lichaam?

a)

Chromosoom

b)

Celkern

c)

Cel

d)

Weefsel

5.

Wat is de juiste volgorde, van klein naar groot

a)

Cel, Orgaan, Orgaanstelsel, Weefsel, Organisme

b)

Cel, Weefsel, Orgaan, Orgaanstelsel, Organisme

c)

Weefsel, Cel, Organisme, Orgaan, Orgaanstelsel

d)

Weefsel, Cel, Orgaan, Orgaanstelsel, Organisme

6.

Wat is GEEN kenmerk van een levend organisme? (meerdere antwoorden)

a)

Stofwisseling

b)

Denkvermogen

c)

Groei

d)

Prikkelverwerking

e)

Voortplanting

7.

Wat is Cytologie?

a)

Studie van een cel

b)

Studie van een organisme

c)

Studie van de genen

d)

Studie van gedrag

8.

Wat zie je bij het '?'

(a)  

9.

Wat zie je bij het '?'

(a)  

10.

Wat zie je bij het '?'

(a)  

11.

Hoeveel Chromosomen heeft een mens?

a)

23

b)

24

c)

46

d)

48

12.

Waar bevinden zich de chromosomen?

a)

In de celkern

b)

In het celplasma

c)

In het protoplasma

d)

In het endoplasmatisch reticulum

13.

Hoe heet de gewone celdeling?

a)

Mitose

b)

Meiose

14.

Hoe heet de reductie celdeling (voor geslachtscellen)?

a)

Mitose

b)

Meiose

15.

In welke cellen in het lichaam kun je meiose vinden?

a)

In alle lichaamscellen

b)

In de geslachtscellen

c)

In het beenmerg

d)

In embryonale cellen

16.

Wat is de notatie voor de geslachtschromosomen van een man?

(a)  

17.

Hoe noem je in de genetica een zwak gen (tegenhanger van een dominant gen)?

(a)  

18.

Wat is het vierde soort weefsel, naast het dekweefsel, spierweefsel en zenuwweefsel?

(a)  

19.

Hoe noem je dekweefsel ook wel?

a)

Epitheel

b)

Endotheel

c)

Bindweefsel

d)

Slijmvlies

20.

Bloed is onderdeel van welk weefsel?

a)

Dekweefsel

b)

Steunweefsel

c)

Zenuwweefsel

d)

Spierweefsel

21.

Wat heeft steunweefsel wel, waardoor het verschilt van dekweefsel?

(a)  

22.

Wat zijn voorbeelden van een exocriene klier?

a)

Speekselklier

b)

Schildklier

c)

Teelbal

d)

Melkklier

e)

Alvleesklier (Pancreas)

23.

Een exocriene klier geeft zijn product af aan de buitenwereld via een buisje. Waaraan geeft een endocriene klier zijn product af?

a)

Bloed

b)

Lymfestelsel

c)

Spijsvertering

d)

Huid

24.

Klieren zijn onderdeel van welk weefsel?

a)

Dekweefsel

b)

Bindweefsel

c)

Steunweefsel

d)

Bloed

25.

Wat is naast 'Begrenzen' en 'Secretie' de derde functie van dekweefsel?

(a)  

26.

Welke functie heeft vetweefsel nog meer naast de opslag van energie en het steun geven aan organen?

(a)