wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Anatomie en fysiologie van skelet en spieren

Total questions: 23

Worksheet time: 15mins

Name
Class
Date
1.

Mandibula

a)

Borstbeen

b)

Hielbeen

c)

Slaapbeen

d)

Onderkaak

2.

Het os vomer bevindt zich aan de anterieure zijde van ons lichaam.

a)

Waar

b)

Niet waar

3.
a)

Musculus deltoïdeus

b)

Musculus pectoralis minor

c)

Musculus trapezius

d)

Musculus latissimus dorsi

4.

Welke spier maakt géén deel uit van de arm?

a)

Biceps

b)

Triceps

c)

Quadriceps

5.

Hoeveel cervicale wervels zijn er?

a)

5

b)

7

c)

9

d)

12

6.

Hoe heet deze spier?

a)

Musculus levator scapulae

b)

Musculus serratus major

c)

Musculus pectoralis minor

d)

Musculus pectoralis major

7.

Het haakvormig uitsteeksel van de ulna heet

(a)  

8.

Hoe heet deze spier?

a)

Musculus gastrocnemius

b)

Musculus sartorius

c)

Hamstring

d)

Quadriceps

9.

Wat is de Nederlandse naam van de musculus Latissimus dorsi?

a)

Lange rugspier

b)

Lange rugstrekker

c)

Korte rugspier

d)

Brede rugspier

10.

Welke beenverbinding is het méést beweeglijk?

(a)  

11.

De Latijnse naam voor rib is:

(a)  

12.

In welke spieren kan ik een intramusculaire inspuiting geven?

a)

Musculus deltoïdeus

b)

Musculus gluteus maximus

c)

Biceps

d)

Quadriceps

13.

Adductie is

a)

Beweging van de middellijn van het lichaam naar buiten

b)

Binnenwaarts draaiende beweging

c)

Beweging in de richting middellijn van het lichaam

d)

Strekkers

14.

Tendo betekent

(a)  

15.

Antagonisten

a)

Draaien naar binnen

b)

Bewegen naar voor

c)

Hebben een tegengesteld effect

16.

Musculus intercostales externus

a)

Inademen

b)

Uitademen

17.

Os occipitale

a)
b)
c)
d)
18.

Geef de Latijnse naam voor middenrif

(a)  

19.

Onderaan de rug zit het heiligbeen. Voor de botten van het heiligbeen geldt ...

a)

De botten zitten met naden aan elkaar vast

b)

Tussen de botten zitten kraakbeenschijven

c)

De botten zijn met elkaar vergroeid

20.

Hoe heet het stevig bindweefselvlies rond de spier

(a)  

21.

Welk deel van het bot bevat zenuwen en bloedvaten?

a)

Beenmerg

b)

Substantia compacta

c)

Substantia spongiosa

d)

Periost

22.

Hoe heet deze spier?

a)

Musculus sterno-cleido- matoïdeus

b)

Musculus levator scapulae

c)

Musculus pectoralis minor

23.

Een kromming in de richting van de buik heet...

a)

Scoliose

b)

Kyfose

c)

Lordose