wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

SR5SA1: Neurologie OZ: Quiz

Total questions: 20

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

Het sympathisch zenuwstelsel is een onderdeel van:

a)

animaal zenuwstelsel

b)

autonoom zenuwstelsel

c)

willekeurig zenuwstelsel

d)

parasympathisch zenuwstelsel

2.

Verlagen van het hartritme en ademfrequentie, stimuleren van afgifte darmsappen en darmbewegingen zijn functies van het orthosympathisch zenuwstelsel

a)

WAAR

b)

NIET WAAR

3.

De hersenen en de hersenzenuwen behoren tot het centrale zenuwstelsel.

a)

WAAR

b)

NIET WAAR

4.

Het cerebrum is verdeeld in 2 hemisferen, die verbonden zijn via het corpus callosum.

a)

WAAR

b)

NIET WAAR

5.

Welke hersenkwab regelt het beheersen van gedrag en emoties?

a)

frontale kwab

b)

temporale kwab

c)

pariëtale kwab

d)

occipitale kwab

6.

In welke kwab is er een stoornis als de zorgvrager apraxie vertoont?

a)

frontale kwab

b)

temporale kwab

c)

pariëtale kwab

d)

occipitale kwab

7.

In welke kwab ligt het taalcentrum van Wernicke?

a)

frontale kwab

b)

temporale kwab

c)

pariëtale kwab

d)

occipitale kwab

8.

Bij motorische afasie kan de zorgvrager vlot praten, maar begrijpt hij niet altijd goed meer wat hij zegt.

a)

WAAR

b)

NIET WAAR

9.

Het hersenvocht bevindt zich tussen de arachnoidea mater en de pia mater.

a)

WAAR

b)

NIET WAAR

10.

Bij beschadiging van het cerebellum is er sprake van een aantasting van de fijne motoriek en evenwichtsproblemen.

a)

WAAR

b)

NIET WAAR

11.

Welk systeem zorgt ervoor dat als er een arterieel bloedvat verstopt raakt, de hersenen toch nog van voldoende bloed voorzien worden?

a)

veneuze durale sinussen

b)

foramen magnum

c)

hersenventrikels

d)

cirkel van Willes

12.

De kruising van de zenuwbanen gebeurt ter hoogte van:

a)

medulla spinalis

b)

mesencephalon

c)

diencephalon

d)

medulla oblongata

13.

Welk systeem reguleert het autonome zenuwstelsel?

a)

thalamus

b)

hypothalamus

c)

hypofyse

14.

De uitlopers van het ruggenmerg vormen na 'L3' de cauda equina.

a)

WAAR

b)

NIET WAAR

15.

Welke hersenzenuwen zorgen ervoor dat spieren bewegen en organen hun werking doen?

a)

motorische zenuwen

b)

sensorische zenuwen

c)

autonome zenuwen

d)

reflex zenuwen

16.

Wat wordt er op bijgevoegde tekening afgebeeld door de blauwe lijn?

a)

Aanvoerende/ sensorische zenuw

b)

afvoerende/ motorische zenuw

17.

Een dermatoom is een bepaald orgaan en deel van de huid dat bezenuwt wordt door één paar ruggenmergzenuwen. Een stoornis hier resulteert in specifieke symptomen in specifieke gebieden.

a)

WAAR

b)

NIET WAAR

18.

Bij een reflex reageren onze hersenen heel snel via de motorische zenuwbanen en zorgen zo voor een rechtstreekse impuls naar het schakelneuron.

a)

WAAR

b)

NIET WAAR

19.

Waar kan men best een punctie uitvoeren om een hersenbloeding of meningitis vast te stellen?

a)

epidurale ruimte

b)

subdurale ruimte

c)

subarachnoïdale ruimte

d)

spinale ruimte

20.

Wat kan er gebeuren bij overprikkeling van de nervus vagus?

a)

stijging bloeddruk

b)

stijging hartslag

c)

veelvuldig plassen

d)

syncope