wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

AFP - Bewegingsapparaat

Total questions: 46

Worksheet time: 28mins

Name
Class
Date
1.
Welke spier staat hier in het rood?
a)
gluteus maximus
b)
piriformis
c)
TFL
d)
Hamstring
2.
Welke spier staat hier in het blauw?
a)
Deltoidei
b)
Psoas Major
c)
Levator Scapulae
d)
Trapezius
3.
Hoeveel cervicale wervels zijn er?
a)
5
b)
7
c)
9
d)
12
4.
Hoe heten de botten van de onderarm?
a)
Ulius en Radia
b)
Elna en Radius
c)
Ulna en Radius
d)
Ilium en Radia
5.
Dit is de....
a)
Biceps Brachii
b)
Triceps Brachii
c)
Sternocleidomastoideus
d)
Deltoideus
6.

Hoe heet nr 5?

a)

Radius

b)

Ulna

c)

Humerus

d)

Phalanx

7.

Hoe heet nr 22?

a)

Scapula

b)

Sternum

c)

Humerus

d)

Femur

8.

Hoe heet nr 21?

a)

Radius

b)

Sternum

c)

Humerus

d)

Pelvis

9.

Hoe noemt dit deel van het skelet?

a)

Ellepijp

b)

Vingerkootje

c)

Middenhandsbeentje

d)

Handwortelbeentje

10.

Hoe noemt dit deel van het skelet?

a)

Scheenbeen

b)

Kuitbeen

c)

Hielbeen

11.

Hoe noemt het groene deel op de foto?

a)

Borstwervels

b)

Borstbeen

c)

Borstruggengraat

12.

Hoe heet nr 16?

a)

Humerus

b)

Ulna

c)

Patella

d)

Femur

13.

Welk hard bolletje kan je voelen net boven je bilspleet?

a)

Heiligbeen

b)

Staartbeen

c)

Heupbeen

14.
In de neus vind je kraakbeen
a)
Juist
b)
onjuist
15.
Wat is je borstkas
a)
ribben + been + schedel
b)
borstbeen + been + ribben
c)
ribben + borstwervels + borstbeen
d)
borstwervels + ribben + been
16.
Op welke manier maakt je skelet beweging mogelijk?
a)
Doordat de botten langs elkaar schrapen als je sport
b)
Doordat je spieren aan de botten vastzitten 
c)
Doordat je botten veel energie bevatten
d)
Doordat je skelet bestaat uit kraakbeen en kraakbeen is beweeglijk
17.

De dubbele S-vorm van je wervelkolom zorgt voor...

a)
Stevigheid
b)
Het opvangen van schokken
c)
Het beknellen van zenuwen
d)
Snellere beweging
18.
Welk soort verbinding zie je op het plaatje? (het is de schouder)
a)
rolgewricht
b)
scharniergewricht
c)
kogelgewricht
d)
naadverbinding
19.
De tussenwervelschijf tussen twee wervels is een voorbeeld van een 
a)
naadverbinding
b)
gewrichtsverbinding
c)
kraakbeenverbinding
d)
wervelverbinding
20.
De lendenwervels bevinden zich boven de borstwervels in de wervelkolom
a)
Niet waar
b)
Waar
21.
De verbinding tussen je ellepijp en opperarmbeen is een ...
a)
Kraakbeenverbinding
b)
Scharniergewricht
c)
Kogelgewricht
d)
Rolgewricht
22.

Wat is een kneuzing?

a)

Beschadiging van onderhuids weefsel door bijv. een stomp.

b)

Beschadiging van organen door een stomp.

c)

Onderhuidse bloeding door een stomp.

d)

Uitrekking van spieren en pezen bij een gewricht door een verkeerde beweging

23.

Waarom helpt koelen bij een kneuzing?

a)

Het vermindert de zwelling

b)

Het helpt het slachtoffer aan iets anders denken (nl. pijn van de kou)

c)

Het verdooft de pijn van de kneuzing

d)

Het maakt dat het bloed sneller stroomt

24.

wat is een voorbeeld van een pijpbeen?

a)
b)
c)
d)
25.

Welk nummer is de Pelvis?

a)

10

b)

15

c)

17

d)

22

26.

Hoe heet nr 1?

a)

Cranium

b)

Sternum

c)

Patella

d)

Pelvis

27.

Welk nummer is de Clavicula?

a)

4

b)

23

c)

3

d)

22

28.

Wat is osteoperose?

a)

Aderverkalking

b)

Botontkalking

c)

Een breuk dat slecht is genezen

29.

Welke onderdelen behoren tot het bewegingsstelsel?

a)

Botten

b)

Gewrichten

c)

Spieren

d)

Alle antwoorden

30.

Waar wordt het bot door omgeven?

a)

Periost

b)

Substantia spongiosa

c)

Substantia compacta

d)

Beenmerg

31.

Wat is een belangrijk mineraal dat bijdraagt aan de stevigheid van de botten?

a)

Kalium

b)

Calcium

c)

Natrium

d)

Magnesium

32.

Welk onderdeel zorgt voor de overgang tussen twee verschillende botten?

a)

Pezen

b)

Gewrichtsbanden

c)

Spieren

d)

Gewrichten

33.

Waar of niet waar: ademhalingsspieren bestaan uit glad spierweefsel

a)

Waar

b)

Niet waar

34.

De botten zijn te verdelen in drie groepen. Bij welke groep horen de heupbeenderen?

a)

Pijpbeenderen

b)

Platte beenderen

c)

Onregelmatige beenderen

35.

De spieren zitten aan de botten vast door ...:

a)

Banden

b)

Bindweefsel

c)

Pezen

d)

Zenuwen

36.

Wat is de functie van rood beenmerg? Het zorgt voor de aanmaak van:

a)

Bloedcellen

b)

Botweefsel

c)

Kraakbeen

d)

Vitamines

37.

Van welk gewricht is de ellepijp een onderdeel?

a)

Heup

b)

Knie

c)

Schouder

d)

Elleboog

38.

Wat wordt er bedoeld met het periost?

a)

Kraakbeenschijven

b)

Beenvlies

c)

Sponsachtig been

d)

Geel beenmerg

39.

Bevat been meer, minder of evenveel kalk dan kraakbeen?

a)

Meer

b)

Minder

c)

Evenveel

40.

Welk soort gewricht is te zien op de afbeelding?

a)

Kogelgewricht

b)

Scharniergewricht

c)

Zadelgewricht

d)

Rolgewricht

41.

Welk soort gewricht is de zien op de afbeelding?

a)

Kogelgewricht

b)

Scharniergewricht

c)

Rolgewricht

d)

Zadelgewricht

42.

Welk soort gewricht is te zien op de afbeelding?

a)

Kogelgewricht

b)

Rolgewricht

c)

Scharniergewricht

d)

Zadelgewricht

43.

Welk soort gewricht is te zien op de afbeelding?

a)

Rolgewricht

b)

Scharniergewricht

c)

Kogelgewricht

d)

Zadelgewricht

44.

Wat is een ander woord voor contractie van de spier?

a)

Ontspannen

b)

Dunner worden

c)

Samentrekken

45.

Wat is een eigenschap van glad spierweefsel?

a)

Staan onder invloed van de wil

b)

Langzaam reageren en langzaam werken

c)

Snel reageren en snel werken

d)

Snel vermoeibaar

46.

Artrose is een zeer pijnlijke aandoening aan gewrichten. Artrose ontstaat door sterke slijtage van het kraakbeen in gewrichten.

De afbeelding geeft de doorsnede van een heupgewricht weer.

Met welk cijfer wordt kraakbeen aangegeven?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4