wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Elektrische energie V3

Total questions: 9

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Een spoel is aangesloten op een spanningsmeter. Wanneer slaat de spanningsmeter NIET uit?

a)

Als de magneet langzaam de spoel in gaat

b)

Als de spoel langs de magneet beweegt

c)

Als de magneet stil in de spoel ligt

d)

Als je magneet snel heen en weer doet in en uit de spoel

2.

Selecteer de eenheden van energie

a)

Joule

b)

Watt

c)

Kilowatt

d)

Kilowattuur

3.

Om energieverlies in een hoogspanningskabel zo laag mogelijk te houden moet.....

a)

De stroom zo laag mogelijk

b)

De stroom zo hoog mogelijk

c)

De spanning zo laag mogelijk

d)

De spanning en de stroom zo hoog mogelijk

4.

Welke van de volgende spanningsbronnen levert een wisselspanning

a)

Batterij

b)

Accu

c)

Zonnepaneel

d)

Stopcontact

5.

Als je een spanning nodig hebt die lager is dan die van het stopcontact heb je een transformator nodig. Wat kan je zeggen over de verhoudingen tussen de wikkelingen van de spoelen?

a)

De primaire spoel heeft even veel wikkelingen als de secundaire spoel

b)

De primaire spoel heeft minder wikkelingen als de secundaire spoel

c)

De primaire spoel heeft meer wikkelingen als de secundaire spoel

d)

Geen idee wat een primaire en secundaire spoel zijn, ik moet eerst maar eens dit hoofdstuk gaan leren

6.

Bram wil een spanning van 230 V omlaag brengen tot 115 V. Welke twee spoelen moet hij gebruiken voor het maken van een transformator

a)

300

b)

500

c)

900

d)

1000

7.

Wat is volgens de natuurkunde een ideale transformator?

a)

Een heel goedkope transformator

b)

Een transformator die heel weinig energie verbruikt

c)

Een transformator die geen energie verbruikt

d)

Een transformator die energie levert

8.

Van twee apparaten die aan het stopcontact zijn aangesloten, weet je het vermogen. Wat moet je nog meer weten om uit te kunnen rekenen hoeveel energie ze op een dag verbruiken?

a)

Hoe lang ze per dag aan staan

b)

Welke spanning er op staat

c)

De temperatuur van de apparaten

d)

Wat voor apparaten het zijn

9.

Welk onderdeel vind je tot nu toe erg lastig en zou je nog wel extra mee willen oefenen?

4 lines