Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Thema 1 Planten

Total questions: 22

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.

welke organische stof ontstaat bij fotosynthes

a)

Water

b)

Koolstofdioxide

c)

Glucose

d)

Zuurstof

2.

Wat is de energie leverancier van al het leven?

a)

Water

b)

Koolstofdioxide

c)

Zonlicht

d)

Zuurstof

3.

Welke stoffen ontstaan bij de fotosynthese (meerdere antwoorden kiezen)

a)

water

b)

glucose

c)

koolstofdioxide

d)

zuurstof

4.

welke stoffen zijn anorganisch (meerdere antwoorden kiezen)

a)

zuurstof

b)

zetmeel

c)

goud

d)

vetten

e)

water

5.

Welke stof wordt gebruikt als brandstof bij verbranding in een plant

a)

zetmeel

b)

vet

c)

glucose

d)

zuurstof

6.

De aardappel is een

a)

bol

b)

knol

c)

wortelstok

7.

de bastvaten vervoeren

a)

water met opgeloste suikers

b)

water met opgeloste voedingszouten uit de boedem

8.

Als er minder water in de vacuolen van de huidmondjes zit (minder turgor) gaan de huidmondjes.....

a)

open

b)

dicht

9.

Als bij voortplanting de nakomeling precies de zelfde erfelijke eigenschappen heeft als de ouder is er spraken van....

a)

geslachtelijke voortplanting

b)

ongeslachtelijke voortplanting

10.

Is de volgende 3 bewering waar of niet waar:

Windbestuiving is geen geslachtelijke voortplanting

a)

waar

b)

niet waar

11.

Wat is het nut van de twee zaadlobben tijdens de groei van de kiemplant?

a)

Deze beschermen de bruine boon tegen uitdroging

b)

Deze vormen het nieuwe zaad

c)

Deze dienen als reservevoedsel

d)

Deze worden gebruikt voor de fotosynthese

12.

Hoe komen kruidachtige stengels aan hun stevigheid?

a)

Door hout

b)

Door kruiden

c)

Door water

d)

Door zwaartekracht

13.

Welke van deze twee planten groeit in een droog milieu?

a)

Plant 1

b)

Plant 2

c)

Allebei

d)

Geen van beide

14.

Welke stoffen heeft een plant nodig om fotosynthese te laten plaatsvinden?

a)

Glucose en koolstofdioxide

b)

Glucose en zuurstof

c)

Water en koolstofdioxide

d)

Water en zuurstof

15.

In deze afbeelding zie je een kas met planten, op welk moment van de dag zal de hoeveelheid zuurstof in de kas het grootst zijn?

a)

Er is altijd ongeveer evenveel zuurstof aanwezig

b)

Aan het begin van de ochtend is de hoeveelheid zuurstof het grootst

c)

Midden op de dag is de hoeveelheid zuurstof het grootst

d)

Aan het einde van de dag is de hoeveelheid zuurstof het grootst

16.

Water + 1 + licht = 2 + zuurstof

Wat moet worden ingevuld bij 1? en wat bij 2?

a)

1=Glucose, 2=Voedingsstoffen

b)

1=koolstofdioxide, 2=glucose

c)

1=voedingsstoffen, 2=glucose

d)

1=voedingsstoffen, 2=koolstofdioxide

17.

Welk orgaan heeft deze taak:

Hier maakt een plant voedingsstoffen, dat heet fotosynthese.

a)

Wortels

b)

Stengels

c)

Bladeren

d)

Bloemen

18.

Dit is selderij. Dit komt van een plant. Welk deel van de plant eet jij hier op?

a)

De wortels

b)

De stengel

c)

De bladeren

19.

Dit is een rode biet. Wat rood is, kan je opeten. Welk deel van de plant eet je?

a)

De wortel

b)

De stengel

c)

De bladeren

20.

Wat is geen functie van wortels?

a)

De plant stevig vast zetten in de grond

b)

Water opnemen uit de grond

c)

Voedsel opnemen uit de grond

d)

Zuurstof maken

21.

Wat zie je bij nummer 1 tot 5?

a)

volwassen planten

b)

kieming

c)

fotosynthese

22.
Een plant noem je volwassen op het moment dat er bloemen groeien. Uit deze bloemen ontstaan vruchten met zaden
a)
Juist
b)
Onjuist