Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

lijnen en vlakke figuren

Total questions: 12

Worksheet time: 21mins

Name
Class
Date
1.

Hoe noem je de rode stip in deze cirkel?

a)

De straal

b)

Het middelpunt

c)

De diameter

d)

De middellijn

2.

Wat betekent het groene lijnstuk in deze cirkel?

a)

Het middelpunt

b)

De middellijn

c)

De straal

d)

De diameter

3.

Hoe noem je het blauwe lijnstuk in deze cirkel?

a)

De diameter/middellijn

b)

De straal

c)

Het middelpunt

d)

De omtrek

4.

Hoeveel diagonalen heeft een vijfhoek?

a)

3

b)

4

c)

5

d)

6

5.

Teken een driehoek ABC met AB = 5cm AC= 3cm en BC = 4cm. Laat hem zien aan degene naast je. Is het gelukt?

a)

Ja

b)

Nee

6.
Kan Myrthe Jan zien?
a)
ja
b)
nee
7.
Kun je vanuit de luie stoel de vuurkorf zien>
a)
ja
b)
nee
8.
Wat kan Sarah zien?
a)
de rozen, het vogelhuisje en de regenton
b)
de rozen, het vogelhuisje en de jonge eik
c)
de rozen en de regenton
d)
de rozen, de vijver en het vogelhuisje
9.

Een kijklijn wordt getekend met

a)

Een lijn

b)

Een lijnstuk

c)

Een halve lijn

10.

Een loodlijn zegt ook wel

a)

dat hij loodrecht staat

b)

dat er een hoek van 90 graden te vinden is

c)

dat de lijnen gelijke afstand hebben

11.

Evenwijdige lijnen zijn

a)

lijnen die loodrecht op elkaar staan

b)

lijnen die elkaar snijden

c)

lijnen die elkaar nooit snijden

12.

Welke eigenschappen horen bij een vierkant?

a)

Rechte hoeken

b)

Bevat lijnen

c)

Vier hoekpunten

d)

6 Diagonalen

e)

4 ribben