wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Schaarste en welvaart

Total questions: 16

Worksheet time: 5mins

Name
Class
Date
1.

Schaarste is

a)

spanningsveld tussen onbegrensde behoeften en beperkt aanwezige middelen

b)

spanningsveld tussen beperkte behoeften en onbeperkt aanwezige middelen

c)

dat er weinig van iets is

d)

feit dat middelen gebruikt kunnen worden in verschillende aanwendingsrichtingen

2.

Wat is welvaart?

a)

alle behoeften die je hebt

b)

een overzicht van je inkomsten en uitgaven

c)

alle wensen die je hebt

d)

in hoeverre jij in je behoeften kunt voorzien

3.

Wat is waar over indexcijfers? De waarde in een basisperiode is:

a)

1

b)

10

c)

100

d)

1000

4.

De formule om een indexcijfer uit te rekenen is

a)

jaar/basisjaar x 100

b)

jaar/basisjaar x 100%

c)

basisjaar/jaar x 100

d)

basisjaar/jaar x 100%

5.

Reëel indexcijfer = koopkracht

a)

Juist

b)

Onjuist

6.

Reëel indexcijfer =

a)

Nominaal indexcijfer / prijs indexcijfer

b)

Prijs indexcijfer / Nominaal indexcijfer

c)

Reël indexcijfer/ Prijs indexcijfer

d)

Nieuw - oud ÷ oud x 100%

7.

Inflatie wordt aangegeven door

a)

Indexcijfer inkomen (NIC)

b)

Prijsindex cijfer (PIC)

c)

Reëel indexcijfer (RIC)

d)

Basisjaar (100)

8.

Ik vind het rekenen met indexcijfers nog lastig

a)

ja

b)

nee

c)

soms

9.

Als je een iphone ruilt tegen een koptelefoon. Wat doe je dan?

a)

Indirecte ruil

b)

Directe ruil

c)

Prioriteiten stellen

d)

Zelfvoorziening

10.

Arbeidsproductiviteit is

a)

de productie per arbeidskracht per tijdseenheid

b)

de productie van een bedrijf per tijdseenheid

c)

de productie per arbeidskracht

d)

de productie die een bedrijf maximaal in een tijdseenheid kan maken

11.

De intrinsieke waarde van geld is

a)

de waarde die op het geld staat

b)

de waarde van het materiaal waarvan het geld gemaakt is

c)

de koopkracht van het geld

d)

de hoeveelheid buitenlands geld dat je voor het geld krijgt

12.

Een budgetlijn is

a)

lijn van alle mogelijke productcombinaties die maximaal kunnen worden gekocht met een gegeven budget

b)

lijn van alle mogelijke productcombinaties die minimaal kunnen worden gekocht met een gegeven budget

c)

lijn van alle mogelijke productcombinaties die maximaal gekocht kunnen worden, ongeacht of het budget meer of minder wordt

d)

lijn van alle mogelijke productcombinaties die de producent kan produceren, rekening houdend met zijn arbeidsproductiviteit

13.

De budgetlijn in het plaatje verschuift omdat ..?...

a)

Het budget stijgt

b)

De prijs van x stijgt

c)

De prijs van y daalt

d)

Het budget daalt

14.

Budgetlijnen vind ik lastig

a)

JA

b)

NEE

15.

Wat is geen functie van geld?

a)

Rekenfunctie

b)

Oppotfunctie

c)

Ruilfunctie

d)

Uitdeelfunctie

16.

Fiduciair geld is....

a)

Geld gebaseerd op goud

b)

Geld gebaseerd op buitenlands geld

c)

Geld gebaseerd op vertrouwen

d)

Geld gebaseerd op ruilen