wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Schat aan delfstoffen & Afhankelijk van het buitenland

Total questions: 17

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Welke delfstof komt het meeste voor in Australië?

(a)  

2.

In Australië komt veel bauxiet voor. Hoeveel procent van alle bauxiet in de wereld wordt daar gewonnen?

a)

5%

b)

12%

c)

15%

d)

20%

3.

Voor welk metaal is bauxiet de belangrijkste erts?

(a)  

4.

Hoe noemen wij deze manier van mijnen?

(a)  

5.

Welk woord hoort niet in het rijtje thuis?


Plankton - Inkolingsprocessen - Ertsen - Veen

a)

Plankton

b)

Inkolingsprocessen

c)

Ertsen

d)

Veen

6.

Bekijk de satellietfoto van Australië. Bekijk daarna de delfstoffenkaart van Australië in de atlas (blz. 177C). Wat voor soort gebied is South Australia rondom de steenkolenmijn in dat gebied?

(a)  

7.

Denk aan het inkolingsproces om steenkool te vormen. Wat mist er nu in het gebied rondom om dit proces in gang te zetten?

(a)  

8.

Waaruit bestaat de grootste hoeveelheid van de Japanse export?

a)

Landbouwproducten

b)

Diensten

c)

Industriële producten

d)

Aardgas en aardolie

9.

Deze kaart laat zien dat Japan veel produceert. Wat mist Japan in eigen land voor al deze productie?

(a)  

10.

Vul het missende woord van de onderstaande zin in:


Landen zoals Japan zijn (a)   van andere landen om hun productie op gang te houden.

11.

Zijn wij in Nederland ook afhankelijk van het buitenland voor onze industrie?

a)

Ja

b)

Nee

12.

Van welk land zijn wij in Europa sterk afhankelijk voor delfstoffen?

a)

Rusland

b)

Australië

c)

China

d)

Verenigde Staten

13.

Dit zijn Brachiopoden. Dit was een schelpdierensoort die vroeger leefde. Deze Brachiopoden worden gerekend tot 'gidsfossielen'. Wat maakt deze gidsfossielen bijzonder tegenover normale fossielen?

a)

Deze fossielen hebben zeer lang geleefd op aarde.

b)

Er kwamen erg veel van deze soorten voor in Nederland

c)

Er kwamen weinig voor en leefden in kleine gebieden.

d)

Ze zijn erg gemakkelijk op te graven.

14.

Een gesteente die onder hoge druk en/of hoge temperatuur verandert noem je een..

(a)  

15.

Hoe heet het supercontinent die was ontstaan tijdens het Paleozoïcum toen alle continenten tegen elkaar aan lagen?

(a)  

16.

In welk geologisch tijdperk ontstond de mens?

a)

Kenozoïcum

b)

Precambrium

c)

Mesozoïcum

d)

Paleozoïcum

17.

De mens zoals we hem nu kennen ontstond ongeveer 125.000 jaar geleden. Is dit de absolute of relatieve ouderdom van de mens?

a)

Absolute ouderdom

b)

Relatieve ouderdom