wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Beeldspraak

Total questions: 10

Worksheet time: 6mins

Name
Class
Date
1.

Waar denk jij aan bij 'beeldspraak'?

4 lines
2.

Wanneer kan je beeldspraak gebruiken?

a)

Altijd

b)

Alleen met schrijven

c)

Alleen in het spreken

d)

Het komt alleen in boeken voor

3.

Welke zin is beeldspraak?

a)

Die auto is bliksemsnel

b)

De chocoladetaart is heerlijk!

4.

Welke zinnen zijn beeldspraak denk je?

a)

Als een vis in het water

b)

Zo dik als een varken

c)

De koe loopt in de wei

d)

Hij ging er als een haas vandoor

5.

Welke zin is beeldspraak?

a)

Hij lacht als een boer met kiespijn.

b)

Die kies moet getrokken worden!

6.

Wat betekent 'personificatie' denk je?

a)

gegevens over een persoon zoals: naam en leeftijd

b)

Een voorstelrondje

c)

persoonlijke eigenschappen geven aan een voorwerp

d)

Een soort identiteitsbewijs

7.

Wat betekent: 'Ik voel me als een vis in het water'?

(a)  

8.

'Oranje heeft dit weekend gewonnen van Frankrijk'.

Wie/wat wordt er bedoelt met 'oranje'?

a)

Het Nederlands Elftal

b)

Dit heeft geen speciale betekenis

c)

De koning

9.

'Vader ontplofte toen hij een kras op de auto zag'.

Wat betekent hier het woord 'ontplofte'?

a)

Hij was geschrokken

b)

Hij was heel erg boos

c)

Hij ontplofte letterlijk

d)

Hij moest heel erg huilen

10.

Welke soorten beeldspraak ken je al? Vink aan.

a)

Personificatie

b)

Vergelijking

c)

Metafoor

d)

Metonymia

e)

Cliché