wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Hebben en zijn NT2

Total questions: 22

Worksheet time: 20mins

Name
Class
Date
1.

Schrijf de goede vorm van hebben: Ik (a)  

2.

Schrijf de goede vorm van hebben: Jij (a)  

3.

Schrijf de goede vorm van hebben: hij (a)  

4.

Schrijf de goede vorm van hebben: Jullie (a)  

5.

Schrijf de goede vorm van hebben: Mijn vader (a)  

6.

Schrijf de goede vorm van hebben: De juf (a)  

7.

Schrijf de goede vorm van zijn: ik (a)  

8.

Schrijf de goede vorm van zijn: jij (a)  

9.

Schrijf de goede vorm van zijn: (a)   jij?

10.

Schrijf de goede vorm van zijn: wij (a)  

11.

Schrijf de goede vorm van hebben: Mijn vader (a)   een nieuwe auto.

12.

Schrijf de goede vorm van hebben: Morgen (a)   mijn moeder een vrije dag.

13.

Schrijf de goede vorm van zijn: Hoe laat (a)   je vanochtend opgestaan?

14.

Schrijf de goede vorm van zijn: De stroopwafels (a)   erg lekker.

15.

Schrijf de goede vorm van hebben: Mijn schoenen (a)   een gat erin.

16.

Schrijf de goede vorm van zijn: In ISK-A (a)   het gezellig.

17.

Schrijf de goede vorm van hebben: Wij (a)   in oktober een week vakantie.

18.

Het ____ bijna pauze.

a)

heb

b)

is

c)

heeft

d)

zijn

19.

De docent _____ lief.

a)

heeft

b)

hebt

c)

zijn

d)

is

20.

Vandaag _____ het donderdag.

a)

heeft

b)

hebt

c)

is

d)

zijn

21.

De jongen _______ een mooie bal.

a)

is

b)

heeft

c)

hebben

d)

zijn

22.

Maandag ____ jullie de toets van thema 1.

a)

hebben

b)

heeft

c)

zijn

d)

is