Font size
WorksheetsHebben en zijn NT2
Total questions: 22
Worksheet time: 20mins
Schrijf de goede vorm van hebben: Ik (a)
Schrijf de goede vorm van hebben: Jij (a)
Schrijf de goede vorm van hebben: hij (a)
Schrijf de goede vorm van hebben: Jullie (a)
Schrijf de goede vorm van hebben: Mijn vader (a)
Schrijf de goede vorm van hebben: De juf (a)
Schrijf de goede vorm van zijn: ik (a)
Schrijf de goede vorm van zijn: jij (a)
Schrijf de goede vorm van zijn: (a) jij?
Schrijf de goede vorm van zijn: wij (a)
Schrijf de goede vorm van hebben: Mijn vader (a) een nieuwe auto.
Schrijf de goede vorm van hebben: Morgen (a) mijn moeder een vrije dag.
Schrijf de goede vorm van zijn: Hoe laat (a) je vanochtend opgestaan?
Schrijf de goede vorm van zijn: De stroopwafels (a) erg lekker.
Schrijf de goede vorm van hebben: Mijn schoenen (a) een gat erin.
Schrijf de goede vorm van zijn: In ISK-A (a) het gezellig.
Schrijf de goede vorm van hebben: Wij (a) in oktober een week vakantie.
Het ____ bijna pauze.
heb
is
heeft
zijn
De docent _____ lief.
heeft
hebt
zijn
is
Vandaag _____ het donderdag.
heeft
hebt
is
zijn
De jongen _______ een mooie bal.
is
heeft
hebben
zijn
Maandag ____ jullie de toets van thema 1.
hebben
heeft
zijn
is
