wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Herhaling Blok 1

Total questions: 12

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.

Op het plaatje zie je een tekst. De tekstvorm is een ....

a)

informerende tekst

b)

leesboektekst

c)

brief

2.

Je ziet hier een plaatje van een tekst. Het tekstdoel is (a)  

3.

Je ziet hier een plaatje van een tekst. Het tekstdoel is (a)  

4.

Je ziet hier een plaatje van een tekst. De tekstvorm is ....

a)

informeren

b)

krantenartikel

c)

boekfragment

5.

Zinsontleding is ....

a)

soorten woorden benoemen

b)

een zin opschrijven

c)

een zin in stukjes knippen en de zinsdelen benoemen

6.

Woordsoortbenoeming is....

a)

het benoemen van soorten woorden, zoals lidwoord, zelfstandig naamwoord.

b)

het opnoemen van woorden.

c)

het opknippen van zinnen in woorden.

7.

Werkwoorden zijn....

a)

doe-woorden.

b)

doe-woorden, maar ook zijn, hebben en worden zijn werkwoorden.

8.

Twee zinnen:

  1. Ik speel vandaag buiten.
  2. De kinderen spelen nu binnen.

Stelling: het werkwoord spelen is in deze zinnen in dezelfde vorm gebruikt. Waar of niet waar?

a)

waar, spelen is in allebei de zinnen in dezelfde vorm gebruikt.

b)

niet waar, spelen is in zin 1 in een andere vorm gebruikt dan in zin 2.

9.

Zin: Ik ben vandaag heel tevreden.

Het werkwoord in deze zin is....

a)

vandaag

b)

ben

c)

heel tevreden

d)

ik ben

10.

Om de juiste vorm van het werkwoord te maken, begin je bij de ....

a)

ik-vorm

b)

hele werkwoord

c)

stam

11.

Vergelijken betekent...

a)

aanpassen zodat het klopt

b)

naast elkaar zetten

c)

verschillen en overeenkomsten zoeken

12.

Raadplegen betekent....

a)

aanpassen

b)

aanraden

c)

advies of informatie opzoeken