wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Thema 1: Wat is biologie?

Total questions: 24

Worksheet time: 3hrs 52mins

Name
Class
Date
1.
Wat betekend biologie?
a)
De leer van het leven
b)
De leer van de aarde
c)
De leer van het menselijk lichaam
d)
Een schoolvak heeft geen betekenis
2.
Wat is asfalt?
a)
Levenloos
b)
Levend
c)
Dood
3.
Wat is geen levenskenmerk?
a)
Voeden
b)
Bewegen
c)
Slapen
d)
Voortplanten
4.
Virussen vertonen alle levenskenmerken behalve voeden. Is het dan levend?
a)
Ja
b)
Nee, een virus is dood
c)
Nee, een virus is levenloos
5.
Is die een schematische of natuurgetrouwe tekening?
a)
Schematisch
b)
Natuurgetrouw
6.
Met een loep bekijk je....
a)
Kleine dingen zoals zaden
b)
Bacteriën
c)
Schimmels
d)
Bomen
7.
Uit een kiem groeit een nieuwe plant.
a)
Waar
b)
Niet waar
8.
De zaadhuid beschermt de navel van een bruine boon.
a)
Waar
b)
Niet waar
9.
Hoeveel zaadlobben heeft een bruine boon?
a)
één
b)
twee
c)
drie
d)
vier
10.
De as van de grafiek waar tijd bij staat is de .... as.
a)
X- as
b)
Y- as
c)
Z- as
d)
Lijn- as
11.
Wat betekent ontwikkelen?
a)
Het optreden van veranderingen in de bouw van een organisme
b)
Het groter en zwaarder worden van een organisme
c)
Geen van beide
d)
Allebei
12.
Wat betekent groeispurt?
a)
Een periode van snelle groei
b)
Een periode van geen groei
c)
Een periode van ontwikkeling
13.

Een organisme is een ander woord voor...?

a)

Een dood dier

b)

Een levend wezen

c)

Een plant

d)

Een dier

14.

Iets dat levenloos is heeft...?

a)

Wel levensverschijnselen

b)

Geen levensverschijnselen en ook nooit gehad

c)

Geen levensverschijnselen maar wel eens gehad

15.

Een hond dat naar zijn eigenaar toe rent, dit is het levensverschijnsel?

a)

Voeden

b)

Lopen

c)

Bewegen

d)

Waarnemen

16.

Een baby die zijn luier vol poept, dit is het levensverschijnsel?

a)

Voeden

b)

Groeien

c)

Uitscheiden

d)

Ademhalen

17.

Een van de tekenregels is dat je zo groot mogelijk tekent

a)

Waar

b)

Niet waar

18.

Bij een biologische tekening moet je ook benoemen welke onderdelen je ziet

a)

Waar

b)

Niet waar

19.

Wanneer je een organisme, bijv. een appel, van de buitenkant bekijkt en tekent, dan noem je dit een...?

a)

Lengtedoorsnede

b)

Dwarsdoorsnede

c)

Buitenaanzicht

20.

In de afbeelding zie je een...?

a)

Buitenaanzicht

b)

Lengtedoorsnede

c)

Dwarsdoorsnede

21.

Wat voor soort tekening zie je in de afbeelding?

a)

Een natuurgetrouwe tekening

b)

Een schematische tekening

22.

Met welk voorwerp heb je de grootste vergroting?

a)

Je blote oog

b)

Een microscoop

c)

Een loep

23.

Wanneer een loep 10x vergroot, hoe groot wordt dan een voorwerp van 1 cm?

a)

5 cm

b)

100 cm

c)

10 cm

24.

Wanneer een lens 15x vergroot, hoe groot wordt een voorwerp van 2 cm dan?

a)

25 cm

b)

35 cm

c)

30 cm

d)

15 cm