wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Statistiek havo leerjaar 4 (deel 1) - tijdsduur: 2 min p vrg

Total questions: 13

Worksheet time: 26mins

Name
Class
Date
1.

Waarom leer je Statistiek

Vink alle juiste keuze(s) aan.

a)

Het kunnen begrijpen van tabellen, diagrammen en andere vormen van statistische informatie in de media.

b)

De kwaliteit van deze informatie kunnen beoordelen, zoals het opmerken van een misleidende diagram.

c)

Kritisch kunnen kijken naar onderzoek van anderen en onderzoeksresultaten gepresenteerd in de media.

d)

Het zelf kunnen uitvoeren van een onderzoek.

2.

Wat is de volgorde van de onderzoekscyclus van Statistiek

a)

Onderzoeksvraag - data analyseren - data verzamelen - conclusies trekken

b)

Onderzoeksvraag - data verzamelen - data analyseren - conclusies trekken

c)

Onderzoeksvraag - conclusies trekken - data verzamelen - data analyseren

d)

Onderzoeksvraag, data verzamelen, data analyseren en conclusies trekken zijn de onderwerpen, maar je mag zelf kiezen welke je eerst doet.

3.

Bij een kwantitatief onderzoek is er sprake van

Vink alle juiste keuze(s) aan.

a)

een onderzoek van een grote hoeveelheid deelnemers

b)

een onderzoek van een klein aantal deelnemers

c)

een samenhang onderzoeken

d)

de proportie of het gemiddelde schatten

e)

groepen vergelijken

4.

Bij kwalitatief onderzoek is er sprake van

Vink alle juiste keuze(s) aan.

a)

groepen vergelijken

b)

samenhang onderzoeken

c)

diepgaande informatie verzameling bij een kleinere groep deelnemers

d)

diepte-interviews, groepsgesprekken of observaties

5.

Een respresentatieve steekproef heeft 2 voorwaarden, welke zijn dat? Vink de twee juiste voorwaarden aan.

a)

de steekproef moet voldoende enquêtevragen hebben

b)

de steekproef moet aselect zijn

c)

de omvang van de steekproef moet voldoende groot zijn

d)

de omvang van de steekproef moet in de juiste verhouding zijn

e)

de steekproef moet gevarieerd zijn

6.

Bij een kwantitatief onderzoek kun je de volgende steekproeven gebruiken. Vink alle juiste keuze(s) aan.

a)

Gemakssteekproef

b)

Gevarieerde steekproef

c)

Gelaagde steekproef

d)

Gelote steekproef

e)

Systematische steekproef

7.

Bij een kwalitatief onderzoek kun je gebruik maken van de volgende steekproeven. Vink alle juiste keuze(s) aan.

a)

Gelote steekproef

b)

Homogene steekproef

c)

Gevarieerde steekproef

d)

Sneeuwbal steekproef

e)

Gelaagde steekproef

8.

Welke variabelen zijn hieronder kwalitatief?

Vink alle juiste keuze(s) aan.

a)

Geboortejaar

b)

Geslacht

c)

Aantal broers/zussen

d)

Beroep

e)

Inkomen

9.

Welke variabelen zijn hieronder kwantitatief?

Vink alle juiste keuze(s) aan.

a)

Opleidingsniveau

b)

Reisafstand naar werk

c)

Lid van een sportschool

d)

Geboortejaar

e)

Inkomen

10.

Welke variabelen zijn hieronder zijn nominale variabelen?

Vink alle juiste keuze(s) aan.

a)

Geslacht

b)

Wel geen abonnee van de Telegraaf

c)

Woonplaats

d)

Opleidingsniveau

e)

(On)eens zijn met een stelling

11.

Welke variabelen zijn hieronder zijn ordinale variabelen?

Vink alle juiste keuze(s) aan.

a)

Mening: mee eens - neutraal - mee oneens

b)

Wel geen abonnee van de Telegraaf

c)

Sterren van een hotel

d)

Opleidingsniveau

e)

Kleur medaille olympische spelen

12.

Welke variabelen zijn hieronder discreet?

Vink alle juiste keuze(s) aan.

a)

De temperatuur vandaag

b)

Het cijfer van je wiskundetoets

c)

De tijd die je volgens een stopwatch op je telefoon zit per dag

d)

De prijs van je telefoonabonnement per maand

e)

De tijd die je op je telefoon zit per dag

13.

Welke variabelen zijn hieronder continu?

Vink alle juiste keuze(s) aan.

a)

De uitslag van een voetbalwedstrijd

b)

De appels aan een boom

c)

De afstand die je naar je je vakantieadres hebt afgelegd

d)

De lengte van je broertje, zusje of vriend/vriendin

e)

De temperatuur in Amsterdam