wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Hoofdstuk 1 Wat is biologie

Total questions: 25

Worksheet time: 12mins

Name
Class
Date
1.

Is een kat levend, dood of levenloos

a)

Dood

b)

Levend

c)

Levenloos

2.

Water in een rivier is

a)

Dood

b)

Levend

c)

Levenloos

3.

Een rijdende auto is

a)

Dood

b)

Levend

c)

Levenloos

4.

Een omgevallen boom is

a)

Dood

b)

Levend

c)

Levenloos

5.

Welk levenskenmerk wordt op het plaatje vertoond?

a)

Waarnemen

b)

Voeden

c)

Uitscheiden

d)

Bewegen

e)

Ademhalen

6.

Wat zijn de manieren van waarnemen?

a)

Horen, zien en ruiken

b)

Zien, ruiken, voelen

c)

Proeven, zien, ruiken, voelen

d)

Horen, zien, ruiken, proeven, voelen

7.

Wat voor soort doorsnede is hier te zien?

a)

Lengtedoorsnede

b)

Dwarsdoorsnede

8.

Wat voor soort tekening is dit?

a)

Natuurgetrouw van een buitenaanzicht

b)

Natuurgetrouw van een doorsnede

c)

Schematisch van een buitenaanzicht

d)

Schematisch van een doorsnede

9.

Ik eet 10 frikadellen, waardoor ik aankom.

a)

Groei

b)

Ontwikkeling

10.

Er ontstaat een bloem op een plant.

a)

Groei

b)

Ontwikkeling

11.

Welke stelling geeft het verschil tussen groei en ontwikkeling het beste weer.

a)

Ontwikkeling: het groter en zwaarder worden van een organisme.

Groei: veranderingen in de bouw van een organisme.

b)

Ontwikkeling: het opgroeien van een kind, groter worden.

Groei: het krijgen van borsten bij een vrouw.

c)

Groei: het groter en zwaarder worden van een organisme.

Ontwikkeling: veranderingen in de bouw van een organisme.

12.

Tussen 10 en 14 jaar zijn over het algemeen ...

a)

jongens groter

b)

meisjes groter

13.

Een groeispurt ...

a)

is een periode van snelle groei

b)

begint bij veel kinderen rond hun 12e levensjaar

c)

hebben veel kinderen rond hun 6e levensjaar

14.

Een organisme ...

a)

Kan een plant zijn

b)

Is een levend wezen

c)

Kan een dier zijn

15.
Iets wat  geleefd heeft ,noemen we .....
a)
levend
b)
levenloos
c)
dood
d)
bewegend
16.
Wat zijn levenskenmerken?
a)
Hieraan kun je zien of iets dood is
b)
Hieraan kun je zien of iets levenloos is
c)
Hieraan kun je zien of iets waar is
d)
Hieraan kun je zien of iets leeft
17.
Op de afbeelding zie je een voorbeeld van ......
a)
een natuurgetrouwe tekening van een bloem
b)
een schematische tekening van een bloem
18.
Wat is geen tekenregel?
a)
Teken groot.
b)
Schrijf er altijd bij wat je getekend hebt.
c)
Je moet altijd een doorsnede tekenen.
d)
Teken eerst dun en als het goed is ,maak je de lijnen dikker
19.
Tot de levenskenmerken behoren.......
a)
groeien,ademhalen,ruiken
b)
ademhalen,zich voeden,lopen
c)
uitscheiden,bewegen,ademhalen
d)
voortplanten,groeien,horen
20.

Wat betekend biologie?

a)

De leer van het leven

b)

De leer van de aarde

c)

De leer van het menselijk lichaam

d)

Een schoolvak heeft geen betekenis

21.
De as van de grafiek waar tijd bij staat is de .... as.
a)
X- as
b)
Y- as
c)
Z- as
d)
Lijn- as
22.
Met een loep bekijk je....
a)
Kleine dingen zoals zaden
b)
Bacteriën
c)
Schimmels
d)
Bomen
23.

Wat betekent groei?

a)

Een gedaanteverwisseling

b)

Het uitzetten van organisme

c)

Het optreden van veranderingen in bouw van een organisme

d)

Het groter en zwaarder worden van een organisme

24.

Als je een hond uitlaat, dan gaat hij op zoek naar de geur van andere honden. Als de hond die geur geroken heeft, dan plast hij ook op die plek.

Welke twee levenskenmerken horen hierbij?

a)

groeien en waarnemen

b)

uitscheiden en voortplanten

c)

uitscheiden en waarnemen

d)

voortplanten en groeien

25.

Klik een van de tekenregels aan

a)

Teken met een scherp grijs potlood

b)

Teken schetsend

c)

Kleur grote vlakken in

d)

Trek rechte lijnen en benoem de onderdelen