Worksheetsv1a is de beste
Total questions: 14
Worksheet time: 5mins
De leerling ............ zich gisteren bij de receptie.
Lisa heeft nieuwe schoenen ........
Vul de persoonsvorm tegenwoordige tijd in.
Je broer (vermijden) ........... eten.
vermijd
vermeed
vermijt
vermijdt
Vul de persoonsvorm tegenwoordige tijd in.
(braden) .............. jij alvast de hamburgers?
braai
braadt
braad
berad
Vul de persoonsvorm tegenwoordige tijd in.
Het (gebeuren) .......... zelden dat jij je mond houdt.
gebeurd
gebeurt
gebeurdt
gebeurde
Vul de persoonsvorm tegenwoordige tijd in.
De arts (verbinden) ............ zijn knie.
verbindt
verbint
verbond
verbind
Vul de persoonsvorm tegenwoordige tijd in.
Zijn baas (communiceren) ......... niet erg duidelijk.
communiceerd
communiceerdt
communiceert
communiceertt
Vul de persoonsvorm verleden tijd in.
De smaak (verrassen) ..... me heel erg.
verraste
verraste
verrastte
verrasste
Vul het juiste voltooid deelwoord in.
Wij zijn (verhuizen) .... naar Amsterdam.
verhuist
verhuisd
verhuizt
verhuizd
Jelle heeft een spannend avontuur (beleven)
beleeft
beleefd
beleefdt
Jitse (plakken, vt) de postzegels in het boek.
plakte
plakde
plaktte
Silke .........gisteren 50 euro onder haar vrienden.
verlote
verloot
verlootte
Sven heeft zich op Valentijnsdag .....voor zijn vriendin.
uitgeslooft
uitgesloofd
slooft zich uit
.......jij straks de kippenpootjes?
braad
braadde
braadt
