wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

H3 sparen

Total questions: 7

Worksheet time: 31mins

Name
Class
Date
1.

Welke spaarrekening geeft een hogere rente?

a)

Kinderspaarrekening

b)

gewone spaarrekening

c)

Hypotheek

2.

Bereken: 2% van € 450,-

(a)  

3.

Rob heeft €300 op zijn spaarrekening staan. De rente is 1,2%. Hij laat de rente op zijn rekening staan. Welk bedrag staat er aan het eind van het jaar op zijn rekening?

a)

€300

b)

€3,60

c)

€303,60

d)

€303,-

e)

Geen van bovenstaande

4.

Sven spaart per maand €9,50. Dat is 38% van zijn zakgeld. Bereken hoeveel zakgeld Sven krijgt?

(a)  

5.

Sparen is:

a)

Geld niet uitgeven

b)

Geld van iemand anders uitgeven

c)

Bij iemand om geld vragen

d)

Iets kopen in de winkel

6.

De familie Overbos heeft aan het begin van het jaar €25.000 op de spaarrekening staan. De rente op de spaarrekening bedraagt 1,8%. De gemiddelde prijsstijging van alle goederen en diensten in Nederland bedraagt in dat jaar 1,4%.


Bereken met hoeveel procent de koopkracht van het spaargeld aan het eind van het jaar veranderd is.

(a)  

7.

Sophie kreeg eerst €15 zakgeld, nu krijgt ze €17,50. Hoeveel procent is haar zakgeld gestegen? Rond af op 1 decimaal.

(a)