wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

4.4 Als er geen werk is

Total questions: 10

Worksheet time: 5mins

Name
Class
Date
1.

Jan kan een baan krijgen in de Randstad, maar wil niet weg uit Drenthe.

We noemen dit?

a)

frictiewerkloosheid

b)

seizoenswerkloosheid

c)

regionale werkloosheid

d)

conjuncturele werkloosheid

e)

structurele werkloosheid

2.

Maartje is haar baan kwijt als postbezorgster. Mensen sturen veel vaker een digitaal berichten.

We noemen dit?

a)

frictiewerkloosheid

b)

seizoenswerkloosheid

c)

regionale werkloosheid

d)

conjuncturele werkloosheid

e)

structurele werkloosheid

3.

Suze zit tussen twee banen in. Solliciteren kost gewoon wat tijd.

We noemen dit?

a)

frictiewerkloosheid

b)

seizoenswerkloosheid

c)

regionale werkloosheid

d)

conjuncturele werkloosheid

e)

structurele werkloosheid

4.

Egbert verliest zijn baan als nagelstylist. De mensen hebben op dit moment even geen geld voor luxe uitgaven.

We noemen dit?

a)

frictiewerkloosheid

b)

seizoenswerkloosheid

c)

regionale werkloosheid

d)

conjuncturele werkloosheid

e)

structurele werkloosheid

5.

Ijssalon 'Het Hoortje' heeft van november tot april minder mensen in dients.

We noemen dit?

a)

frictiewerkloosheid

b)

seizoenswerkloosheid

c)

regionale werkloosheid

d)

conjuncturele werkloosheid

e)

structurele werkloosheid

6.

Om structurele werkloosheid te verkleinen moeten we ...

a)

... de koopkracht van huishoudens vergroten.

b)

... zorgen dat uitzendbureaus hun werk sneller doen.

c)

... mensen de juiste scholing geven

d)

... de mobiliteit van mensen vergroten.

7.

Om regionale werkloosheid te verkleinen moeten we ...

a)

... de koopkracht van huishoudens vergroten.

b)

... zorgen dat uitzendbureaus hun werk sneller doen.

c)

... mensen de juiste scholing geven

d)

... de mobiliteit van mensen vergroten.

8.

Wie is hier 'verborgen' werkloos?

a)

Karel die zich suf solliciteert, maar altijd afgewezen wordt.

b)

Marie die een WW-uitkering heeft, maar eigenlijk niet wil werken

c)

Joost die studeert, maar liever zou willen werken

d)

Griet, die niet kan werken omdat ze voor haar zieke moeder zorgt.

9.

Om conjuncturele werkloosheid te bestrijden moeten we ...

a)

... de koopkracht van huishoudens vergroten.

b)

... zorgen dat uitzendbureaus hun werk sneller doen.

c)

... mensen de juiste scholing geven

d)

... de mobiliteit van mensen vergroten.

10.

Wie is hier 'verborgen' werkloos?

a)

Hubert die graag wil werken, maar zich niet heeft ingeschreven als werkzoekende.

b)

Josien, die een baan zoekt, maar er niet voor wil verhuizen.

c)

Kees, die in de zomer als ijsmeester geen werk heeft.

d)

Noortje, die als bejaarde grootmoeder liever op haar achterkleinkinderen past.