Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Langermaak, lucht, kilo militair

Total questions: 19

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.

Een smal randje bij een raam noem je een .....

a)

richel

b)

riggel

c)

riggul

2.

De koeien werden voor de overstroming in _____________ gebracht.

a)

veiligheit

b)

veilighijt

c)

veiligheid

3.

De tweede maand van het jaar heet ....

a)

januari

b)

januarie

c)

februari

d)

februarie

4.

Alle meubels in een huis noem je .....

a)

het sanitair

b)

het meubilair

c)

ordinair

d)

literair

5.

Je __________ geeft aan wie je zelf bent en waarin jij verschilt van andere mensen.

a)

identiteid

b)

identiteit

c)

identitijd

6.

Hij lijkt een stoere jongen, maar in ___________ is hij verlegen.

a)

werkelijkhijt

b)

werkelijkheit

c)

werkelijkheid

7.

Wtenschappers hebben ___________ bewijs gevonden van leven op Mars.

a)

overtuigend

b)

overtuigent

8.

Het toetje bestond uit een ____________ van ijs en chocoladesaus.

a)

combienatie

b)

combinatie.

c)

combinati

9.

De biologen gingen op ___________ naar het regenwoud-

a)

expeditie

b)

expedietie

c)

expeditsie

10.

We moesten allemaal een beetje _________ .

a)

gigelen

b)

giegelen

c)

giechelen

11.

Een ander woord voor de werkelijkheid is de ___________ .

a)

realiteit

b)

realiteid

c)

realitijd

12.

Een ander woord voor de realiteit is de _________ .

a)

werkelijkhijt

b)

werkelijkheit

c)

werkelijkheid

13.

Een __________ ziekte is een ziekte die nooit helemaal overgaat.

a)

gronische

b)

chronische

c)

chronieze

14.

Er passen eigenlijk _____________ zes mensen in deze auto.

a)

maksimaal

b)

maximaal

c)

maksiemaal

15.

De __________ van de lonen is echter nog geen realiteit.

a)

gelijkheid

b)

gelijkheit

c)

gelijkhijt

16.

Dit gerecht is de _________ van dit restaurant.

a)

specialiteid

b)

specialitijd

c)

specialiteit

17.

Wat heb je liever, een __________ of ________________?

a)

loempia macaroni

b)

loempia macaronie

18.

Wat ben jij toch een _________ !

a)

knappert

b)

knapperd

19.

Dat zwaard heeft een __________ handvat.

a)

glimmend

b)

glimment