wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

ei/ij/au/ou

Total questions: 35

Worksheet time: 12mins

Name
Class
Date
1.

Er zwommen ________ vissen in de vijver.

a)

allerlei

b)

allerlij

2.

Zeggen dat je iets niet wilt, heet ________ .

a)

weigeren

b)

wijgeren

3.

Na zijn ongeluk kon hij nog maar __________ lopen

a)

nauwelijks

b)

nouwelijks

4.

Ik ben al de hele week ___________ .

a)

verkauden

b)

verkouden

5.

De kinderen waren een hut aan het _______

a)

bauwen

b)

bouwen

6.

Zij fronste haar ___________ .

a)

wenkbrauwen

b)

wenkbrouwen

7.

De scheidsrechter vond het maar _________ .

a)

aanstellerei

b)

aanstellerij

8.

Dat is appels met peren _________ .

a)

vergeleiken

b)

vergelijken

9.

De _________ van het schip was in slaap gevallen.

a)

kapitein

b)

kapitijn

10.

Een ander woord voor boos is ______ .

a)

neidig

b)

nijdig

11.

Het __________ van glas is glazen.

a)

meervaud

b)

meervoud

12.

De wedstrijd was zonder ___________ .

a)

toeschauwers

b)

toeschouwers

13.

Als je het __________ hebt, kun je niet genoeg adem krijgen.

a)

benauwd

b)

benouwd

14.

Van __________ krijg ik pukkeltjes.

a)

aardbeien

b)

aardbijen

15.

Er moest een nieuwe ________ in de zaklamp.

a)

batterei

b)

batterij

16.

In dit __________ kun je heerlijk eten.

a)

restaurant

b)

restourant

17.

De verschillende soorten dieren die in een bepaald gebied leven, noem je de __________ .

a)

fauna

b)

founa

18.

Die man ziet er niet echt ___________ uit.

a)

betrauwbaar

b)

betrouwbaar

19.

Deze oplossing is voor alle ________ het beste.

a)

parteien

b)

partijen

20.

Mijn opa en oma wonen op een ___________ .

a)

boerderei

b)

boerderij

21.

Haar moeder deed een ________ op de bloedende wond.

a)

pleister

b)

plijster

22.

De _________ gaf de speler een rode kaart.

a)

scheidsrechter

b)

schijdsrechter

23.

Het beroemdste _________ van Rembrandt is "De Nachtwacht".

a)

schilderei

b)

schilderij

24.

___________ is een grote zeevis die veel gegeten wordt.

a)

Kabeljauw

b)

Kabeljouw

25.

Weet jij ________ wie ik gisteren tegenkwam?

a)

trauwens

b)

trouwens

26.

Mark heeft zijn zus iets op de _________ gespeld.

a)

mauw

b)

mouw

27.

Spreken is zilver, ________ is goud.

a)

zweigen

b)

zwijgen

28.

Een gedroogde kleine druif is een ________ .

a)

rozein

b)

rozijn

29.

De afwas was een heel

a)

karwei

b)

karwij

30.

We zitten te ________ over een leuk cadeau voor de meester.

a)

peinzen

b)

pijnzen

31.

Ajax en PSV ________ om de beker.

a)

streiden

b)

strijden

32.

Die sommen waren wel heel _________ .

a)

eenvaudig

b)

eenvoudig

33.

De ________ is in Suriname in 1863 afgeschaft.

a)

slavernei

b)

slavernij

34.

Haar vader heeft de ________ over die fabriek.

a)

leiding

b)

lijding

35.

_________ betekent hetzelfde als schrijver.

a)

Auteur

b)

Outeur