wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Voorbereiding CSPE

Total questions: 64

Worksheet time: 21mins

Name
Class
Date
1.

Mise en place betekent:

a)

de tafels dekken in het restaurant

b)

voorbereidende werkzaamheden in de keuken

c)

het opruimen van de keuken na het diner

d)

het opkloppen van slagroom of eiwit

2.

Een ander woord voor plisseren is ..

a)

monteren

b)

fijn hakken

c)

monderen

d)

chambreren

3.

Monderen betekent ..

a)

een saus binden met koude boter

b)

het ontvellen van een tomaat

c)

het koken van tomatenpuree

d)

het aanbakken van botten in de oven

4.

Een salade mesclun is een

a)

enkelvoudige salade

b)

samengestelde salade

c)

convenience salade

d)

een gemengde salade

5.

Een gemengde salade serveer je als

a)

hoofdgerecht

b)

bijgerecht

c)

voorgerecht

d)

nagerecht

6.

Welke snijtechniek zie je hier?

a)

Brunoise

b)

En des

c)

Julienne

d)

Batôn

7.

Welke snijtechniek zie je hier?

a)

Brunoise

b)

En des

c)

Chinoise

d)

Chiffonade

8.

Aardappelcarré is

a)

een blokje van 1 tot 2 cm

b)

een blokje van 0,5 cm

c)

een staafje van 5 cm lang en 1 cm dik

d)

een ruitvorm van 1 tot 2 cm

9.

Het uitsnijden van fruit pas je toe op ...

a)

pitvruchten

b)

schijnvruchten

c)

citrusvruchten

d)

steenvruchten

10.

Dit apparaat noem je een

a)

passe vite

b)

canneleerschaaf

c)

mandoline

d)

deegverdeler

11.

Voor nootmuskaat of erg harde kazen verkleinen is dit een prima hulpmiddel...

a)

b)

c)

d)

12.

Dit is een ...

a)

Canelleermes

b)

Parisienne boor

c)

Zesteur

d)

Appelboor

13.

Verkleuren van een geschilde appel voorkom je door ......

a)

in koud water te bewaren

b)

vermengen met citrussap

c)

te bestrooien met suiker

d)

goed in plastic in te pakken

14.

Mayonaise is een ....

a)

azijnsaus

b)

gebonden saus

c)

oliesaus

d)

eiersaus

15.

De emulgator in mayonaise is de ...

a)

olie

b)

dooier

c)

azijn

d)

mosterd

16.

Verhouding van roux is

a)

50 bloem 60 boter

b)

50 boter 50 bloem

c)

50 boter 60 bloem

d)

100 bloem 50 boter

17.
Erwtensoep is een voorbeeld van een ..
a)
Bouillon
b)
Heldere soep
c)

Puree soep

d)
Gebonden soep
18.
Bij een WARME roux gebruik je een?
a)
Warm vocht
b)
Koud vocht
19.
Je kunt een saus dikker maken door een bindmiddel zoals Maïzena.
a)
Waar
b)
Niet waar
20.
Je hebt altijd een bindmiddel nodig om je saus in te dikken.
a)
Waar
b)
Niet waar
21.
een geurig aftreksel van vlees/botten groenten en kruiden noemen wij een?
a)
Bouillon
b)
Fond
c)
Soepkip
d)
Pinceren
22.
Welke twee soorten soepen zijn er?
a)
Bouillon en gebonden
b)
Gebonden en Gebraden
c)
Helder en Bouillon
d)
Helder en gebonden
23.

Waarom moet je bereidde producten snel laten afkoelen?

a)
Anders wordt het eten te vet
b)
Anders is het eten direct bedorven
c)
Anders krijg je meer kans op bacteriegroei
d)
Dat hoeft niet!
24.
Bouillon trek je van..?
a)
Biefstuk
b)
Botten/beenderen
c)
Alleen rood vlees
d)
Fruit
25.

Het in blokjes (0,5 cm) snijden van je garnituur zoals aardappel of wortel noemen we ?

a)

Brunoise

b)

Chinoise

c)

Julienne

d)

En des

26.
Het in reepjes snijden van je garnituur zoals aardappel of wortel noemen we ?
a)
Brunoise
b)
Chinoise
c)
Julienne
d)
En des
27.

Champignonsoep

a)

bruine roux

b)

magere mirepoix

c)

witte mirepoix

d)

blonde roux

28.

Noem 3 basisingrediënten voor gebonden soep

a)

bouillon

b)

bindmiddel

c)

vlees of vis

d)

mirepoix

29.

Waardoor krijgen puree-soepen hun binding

a)

roux

b)

room en eidooier

c)

bloem

d)

zetmeel

30.

Een velouté soep maak je af met een .........

a)

scheutje room

b)

liaison

c)

scheutje cognac

d)

soepstengels

31.

Met dit keukengereedschap schraap je fijne stukjes schil (zestes) van een citrusschil.

a)

Caneleermes

b)

Office-mes

c)

Fruitschaaf

d)

Zesteur

32.

Dit is een ...

a)

Draadspaan

b)

Spatel

c)

Garde

d)

Klopper

33.

Bij een glutenallergie serveer je geen

a)

noten

b)

tarwe

c)

zuivel

d)

aardappel

34.
a)

Dragon

b)

Bosui

c)

Dunne prei

d)

Bieslook

35.

a)

verse kruiden

b)

specerijen

c)

gedroogde kruiden

36.

Hoe heet dit kruid?

a)

koriander

b)

kervel

c)

bieslook

d)

krulpeterselie

37.

Hoe noem je dit specerij, waarvan de schil foelie wordt genoemd?

a)

kokosnoten

b)

foelie

c)

nootmuskaat

d)

paranoten

38.

Hoe noem je dit kruid, wat door sommige mensen als erg vies wordt ervaren?

a)

Bladpeterselie

b)

Koriander

c)

Kervel

d)

Salie

39.

Deze wortel kan je gebruiken in .... (3 antwoorden)

a)

thee

b)

oosterse gerechten

c)

stamppot

d)

sambal

40.

De andere variant van dit kruid heet

a)

kervel

b)

bladpeterselie

c)

dille

d)

salie

41.

Dille vind je vaak terug in (2 antwoorden)

a)

frisse desserts

b)

diverse visgerechten

c)

de oosterse keuken

d)

een pot augurken

42.

2 typisch Italiaanse kruiden die hierbij horen zijn:

a)

Oregano

b)

Basilicum

c)

Salie

d)

Bieslook

43.

Zwarte peperkorrels zijn ..

a)

witte korrels die gebrand zijn

b)

witte peperkorrels met een zwart schilletje

c)

zwart, witte korrels zijn wit.

d)

minder uitgesproken van smaak dan witte peperkorrels

44.
Waardoor bederft voedsel?
a)
Door schimmels en bacteriën
b)
Virussen
c)
Eiwitten
d)
Enzymen
45.
Schadelijke bacteriën 
groeien het beste
bij een temperatuur tussen de ............ graden Celsius?
a)
30-40°C
b)
40-50°C
c)
60-70°C
d)
20-25°C
46.
Voor wie
geldt de HACCP?
a)
Restaurants
b)
Alle voedsel verstrekkende bedrijven
c)
Winkel bedrijven
d)
Alle bedrijven
47.
Wat is de hygienecode?
a)
HPCCA
b)
HACCP
c)
PHCCA
d)
HCCAP
48.
Wat hoort 
NIET bij
persoonlijke verzorging?
a)
Korte nagels hebben
b)
Bedrijfskleding dragen
c)
Schone kleedkamers 
d)

Haarnetje dragen

49.
Desinfecteren wil zeggen...
a)
Je handen met water wassen
b)
Producten doorverhitten om bacteriën te doden
c)
Vuil weghalen
d)
Bacteriën doden
50.
Welke organisatie controleert of bedrijven werken volgens
HACCP?
a)
Keuringsdienst van waren
b)
Keuringsdienst van waarde
c)
Voedsel en warenautoriteit 
d)
Algemene inspectie dienst
51.
HACCP gaat over de
.......
van voeding?
a)
Voedingswaarde
b)
Kwaliteit
c)
Veiligheid
d)
Versheid
52.
Waar gaat bedrijfshygiëne over?
a)

Materialen en werkruimten 

b)
Voedingsmiddelen 
c)
Bedrijfskleding
d)
Administratie
53.

Een voorbeeld van een halffabricaat is...

a)

Boter

b)

Frangipanne

c)

Bloem

d)

Eieren

54.

Wat betekent FIFO?

a)

Food In Food Out

b)

Free In Free Out

c)

First In First Out

55.

Wat zijn micro-organisme

a)

Bacteriën, gisten en zuren

b)

Bacteriën, schimmels en zuren

c)

Bacteriën, gisten en schimmels

d)

Gisten, schimmels en zuren

56.

Voedselvergiftiging komt door?

a)

Schimmels

b)

Zaden

c)

Bacteriën

d)

fruit

57.
Wat betekent drip?
a)
Het vocht dat lekt uit een product dat bevroren is geweest.
b)
Suikervrije drop
c)
Dropjes voor kinderen
d)
Het sap van een mengsel van zuurkool en citroen
58.
Welke temperatuur heeft een koelkast?
a)
max. 10 graden
b)
max. 3 graden
c)
max. 7 graden
d)
max. 1 graad
59.
Heeft malsheid van gevogelte iets te maken met de leeftijd?
a)
Ja
b)
Nee
60.

Wat moet je niet eten, als je een mosterdallergie hebt?

a)

Mayonaise

b)

Blokjes kaas

c)

Knakworst

d)

Kerriesoep

61.

Wat zie je op de foto?

a)

Spatel

b)

Pottenlikker

c)

Dunschiller

62.

Welke snijplank gebruik je bij groenten en fruit?

a)
b)
c)
d)
63.

Welke snijplank gebruik je bij gevolgelte (kip, kalkoen)?

a)
b)
c)
d)
64.

Welke snijplank gebruik je bij brood ?

a)
b)
c)
d)