wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Taal zinsontleding groep 8 herhaling

Total questions: 11

Worksheet time: 7mins

Name
Class
Date
1.

Karin brengt haar moeder elke dag een bezoekje.

Wat is het onderwerp in deze zin?

a)

Karin

b)

haar moeder

c)

elke dag

d)

bezoekje

2.

In welke zin is bezoeken de persoonsvorm?

a)

De bezoeken staan gepland voor volgende week.

b)

Volgende week ga ik mijn tante weer bezoeken.

c)

Wij bezoeken volgende week het stadion.

d)

Wij moesten onze opa's en oma's nog bezoeken.

3.

Wanneer wilde Simon de pakketjes komen halen?

Wat is het gezegde in deze zin?

(a)  

4.

In welke zin is de bijzin onderstreept?

a)

De vrienden zwemmen in het meer, omdat het erg warm is.

b)

De vrienden zwemmen in het meer, omdat het erg warm is.

c)

De vrienden zwemmen in het meer, omdat het erg warm is.

d)

De vrienden zwemmen in het meer, omdat het erg warm is.

5.

In welke zin is leren de persoonsvorm?

a)

De kok van dit restaurant heeft in Italië leren koken.

b)

Hij moest het allemaal zelf leren.

c)

Mijn moeder heeft ons leren fietsen.

d)

Wij leren vandaag rekenen met breuken.

6.

De meester schijnt vandaag erg blij te zijn.

Wat is het onderwerp van deze zin?

(a)  

7.

De slager had die hamburgers alsnog kunnen verkopen.

Welk zinsdeel is onderstreept?

a)

de persoonsvorm

b)

het gezegde

c)

het lijdend voorwerp

d)

het onderwerp

8.

De meester schijnt vandaag erg blij te zijn.

Welk van de onderstreepte woorden is het onderwerp?

a)

De meester

b)

schijnt

c)

vandaag

d)

te zijn

9.

Waarom heeft hij dat spel gekocht?

Welk van de onderstreepte woorden is het lijdend voorwerp?

(a)  

10.

In welke zin is de hoofdzin onderstreept?

a)

Anne gaf Thijs een flesje water, want hij had dorst.

b)

Anne gaf Thijs een flesje water, want hij had dorst.

c)

Anne gaf Thijs een flesje water, want hij had dorst.

d)

Anne gaf Thijs een flesje water, want hij had dorst.

11.

Welke onderdelen uit deze quiz vind je nog lastig?

a)

onderwerp

b)

persoonsvorm

c)

lijdend voorwerp

d)

gezegde

e)

hoofdzin en bijzin