Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

OKAN Rood - (Mevr. Veerle) - Coronavirus

Total questions: 30

Worksheet time: 3600secs

Name
Class
Date
1.

Wat is de naam van het virus?

a)

corona

b)

covidona

2.

Wat is een andere naam voor corona-virus?

a)

covid-2020

b)

covid-19

3.

Kan iedereen ziek worden door het coronavirus?

a)

ja

b)

neen

4.

Een baby kan niet ziek worden door het corona-virus.

a)

juist

b)

fout

5.

Thuis kan ik niet besmet worden door het corona virus.

a)

juist

b)

fout

6.

Thuis kan ik niet besmet worden door het corona virus.

a)

juist

b)

fout

7.

Het corona virus is een nieuwe ziekte.

a)

juist

b)

fout

8.

Er bestaat een vaccinatie tegen corona.

a)

juist

b)

fout

9.

Iemand met corona is ALTIJD heel erg ziek.

a)

juist

b)

fout

10.

Sommige mensen met corona voelen zich niet ziek.

a)

juist

b)

fout

11.

Als ik koorts heb, dan heb ik zeker corona!

a)

juist

b)

fout

12.

Hoesten, niezen en koorts zijn symptomen van corona.

a)

juist

b)

fout

13.

Als je corona hebt, ruik en proef je alles veel beter.

a)

juist

b)

fout

14.

Sommige mensen sterven aan corona.

a)

juist

b)

fout

15.

Door corona kan je problemen krijgen met ademhalen.

a)

juist

b)

fout

16.

Voor wie is het corona virus extra gevaarlijk?

a)

voor jonge mensen

b)

voor oude mensen

17.

Alleen + 80-jarigen sterven aan corona.

a)

juist

b)

fout

18.

Het corona virus is ...

a)

besmettelijk

b)

niet besmettelijk

19.

Je kan het corona virus inademen.

a)

juist

b)

fout

20.

Iemand met corona kan andere mensen ziek maken.

a)

juist

b)

fout

21.

Het coronavirus kan op je handen zitten.

a)

juist

b)

fout

22.

Ik moet mijn handen 2 keer per dag wassen.

a)

juist

b)

fout

23.

Voordat ik mijn neus snuit, moet ik mijn handen wassen.

a)

juist

b)

fout

24.

Ik moet zowel de bovenkant als de onderkant van mijn handen wassen.

a)

juist

b)

fout

25.

Je moet hoesten met je hand voor je mond.

a)

juist

b)

fout

26.

Waar moet je een mondmasker dragen?

a)

in de bus, in het bos, in de klas, in de winkel

b)

in de bus, in de bib, in de klas, in de winkel

27.

Als je ziek bent, mag je nog naar school komen.

a)

juist

b)

fout

28.

Wanneer moet je thuisblijven?

a)

Als je hoofdpijn en kniepijn hebt.

b)

Als je keelpijn en koorts hebt.

29.

Je kan je laten testen op het coronavirus.

a)

ja

b)

neen

30.

Hoeveel afstand moet je houden van iemand anders?

a)

1 grote stap

b)

2 grote stappen