wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Code3 H.4

Total questions: 10

Worksheet time: 4mins

Name
Class
Date
1.

Schrijf het antoniem van de breedte

(a)  

2.

Schrijf het synoniem van het nagerecht

(a)  

3.

orgaan waarmee je denkt

a)

darmen

b)

hart

c)

hersenen

4.

Welke 2 zinnen zijn goed?

a)

Spruitjes? Er heb ik geen zin.

b)

Er zitten veel vezels in fruit en groente.

c)

Koolhydraten er zitten niet in.

d)

Daar houd ik niet van.

5.

Welke prepositie moet hier staan?

Ik heb veel verstand ............ gezonde gerechten.

a)

in

b)

met

c)

over

d)

van

6.

Welke woorden betekenen ongeveer hetzelfde als bakken?

a)

braden, fruiten en stoven

b)

braden, loskloppen en roeren

c)

mengen, toevoegen en verkruimelen

d)

fruiten, roeren en snipperen

7.

woord voor te veel vet in het lichaam

a)

de kilodruk

b)

het overgewicht

c)

het vetgewicht

8.

welke 2 zinnen zijn goed?

a)

De directeur van de school heeft afgezegd de afspraak.

b)

Volgend jaar promoveert onze voetbalclub naar de hoogste afdeling.

c)

Veel mensen liggen in de zon te lang.

d)

Dankzij mijn doorzettingsvermogen ik heb mijn studie afgemaakt.

e)

In mijn jeugd heb ik in Engeland gewoond.

9.

Welk woord moet er staan?

Op het etiket lees je over .............. eiwitten in het product.

a)

de calorie

b)

de hoeveelheid

c)

het ingrediënt

10.

synoniem van gebrek

a)

bezit

b)

tekort

c)

verlies