wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Zichtlijnen

Total questions: 15

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.

Hoeveel schapen ziet de boer?

a)

10

b)

7

c)

6

d)

4

2.

Wat ziet de fietser vanaf punt a?

a)

De flat

b)

De flat en de klok van de kerk

c)

De flat en top van de kerk

3.

Wat ziet de automobilist?

a)

één fietser

b)

twee fietsers

c)

één fietser en twee bomen

d)

één fietser en drie bomen

4.

Wat ziet de fietser vanaf punt B?

a)

De kerktoren

b)

De flat

c)

De flat en de kerk

d)

De flat en de vogel

5.

Hoeveel volledige bootjes ziet de kijker?

a)

5

b)

4

c)

3

d)

2

6.

Wie ziet persoon B?

a)

A, C, D

b)

A en C

c)

A en D

7.

Wie ziet persoon A?

a)

B

b)

B en D

c)

B, C en D

8.

Wie ziet persoon D?

a)

B en C

b)

A en B

c)

A, B en C

9.

Wie ziet persoon C?

a)

A

b)

A en B

c)

B

d)

B en D

10.

Wie ziet het huis groter?

a)

B

b)

A

11.

Vanaf welk punt heb je de grootste kijklijn?

a)

Vanaf het midden van de Dom

b)

Zo hoog mogelijk op de Dom

c)

Beneden bij de Dom

12.

Wat ziet de kijker volledig en gedeeltelijk?

a)

Beeld 2, 3 en 4

b)

Beeld 2, 3, 4 en 5

c)

Beeld 1, 2, 3, 4 en 5

13.

Wat ziet de kijker volledig?

a)

5

b)

3 en 5

c)

3

14.

Welk dier kan iedereen zien?

a)

Tijger

b)

Giraf

c)

Nijlpaard

15.

Wat ziet Sarah niet?

a)

regenton en vogelhuisje

b)

regenton en jonge eik

c)

vogelhuisje en schuur