WorksheetsHuiswerk: TA, Thema 1, Contaminatie
Total questions: 10
Worksheet time: 10mins
Uit welke twee woorden is de contaminatie samengesteld?
Eén woord is gegeven. Kies het andere woord.
Jara zei dat ze dat zou nachecken. (checken)
nazoeken
nawissen
nakijken
naschrappen
Uit welke twee woorden is de contaminatie samengesteld?
Eén woord is gegeven. Kies het andere woord.
De minister oefent de toespraak overnieuw. (nieuw)
overexcuseren
opnieuw
opkijken
overhalen
Uit welke twee woorden is de contaminatie samengesteld?
Eén woord is gegeven. Kies het andere woord.
Kun jij je moeder even optelefoneren? (telefoneren)
oproepen
oppraten
ophalen
opbellen
Uit welke twee woorden is de contaminatie samengesteld?
Eén woord is gegeven. Kies het andere woord.
Zijn assistente moet de post nog helemaal uitsorteren. (sorteren)
uitzoeken
uitwissen
uitnoteren
uithalen
Uit welke twee woorden is de contaminatie samengesteld?
Eén woord is gegeven. Kies het andere woord.
De secretaresse heeft de brief afgeprint. (geprint)
afgetekend
afgeschreven
afgedraait
afgedrukt
Uit welke twee woorden is de contaminatie samengesteld?
Eén woord is gegeven. Kies het andere woord.
Hij zou eerst die rommel op zijn bureau moeten wegruimen. ( opruimen)
wegzetten
wegdoen
weghalen
wegschuiven
Uit welke twee woorden is de contaminatie samengesteld?
Eén woord is gegeven. Kies het andere woord.
Een politicus zou de wet eindelijk gaan nacorrigeren. (corrigeren)
nakijken
nadoen
nabekeken
napraten
Uit welke twee woorden is de contaminatie samengesteld?
Eén woord is gegeven. Kies het andere woord.
Daar wil hij altijd graag een toetje opconsumeren. (consumeren)
ophalen
opdoen
opkopen
opeten
Uit welke twee woorden is de contaminatie samengesteld?
Eén woord is gegeven. Kies het andere woord.
Na een paar toetjes moet hij zich toch verexcuseren. (excuseren)
veraangekomen
veraanpraten
veraandoen
verontschuldigen
Uit welke twee woorden is de contaminatie samengesteld?
Eén woord is gegeven. Kies het andere woord.
De stakers blijven op het veld rondparaderen. (paraderen)
rondzien
rondkijken
rondbestuderen
rondlopen
