Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Plantenrijk thema 4

Total questions: 15

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.

Ze bestaan uit een groot aantal cellen

a)

zaden

b)

zaden en sporen

c)

sporen

2.

Waarom komen mosplanten in grote groepen voor?

a)

Dan worden ze minder gemakkelijk opgegeten

b)

Op die manier hebben ze meer stevigheid

c)

Ze zijn zo beter beschermd tegen uitdroging

d)

Hun sporen ontkiemen makkelijker wanneer ze in grote hoeveelheden voorkomen

3.

Hierboven zie je een doorsnede van een plantenstengel. Je ziet (in een cirkel) een aantal vaatbundels. Welke plant kan dit zijn?

a)

haarmos

b)

witte dovenetel

c)

parapluutjesmos

d)

vliegenzwam

4.

Bekijk de foto van de prei. Op basis van welke kenmerken kan je stellen dat dit een eenzaadlobbige is?

a)

Hoofdwortel en parallelnervige bladeren

b)

Hoofdwortel en handnervige bladeren

c)

Bijwortels en parallelnervige bladeren

d)

Bijwortels en handnervige bladeren

e)

Fout, hij is een echte tweezaadlobbige

5.

De zaden van de plant liggen ingebed in een vrucht

a)

naaktzadige plant

b)

bedektzadige plant

c)

sporenplant

6.

Meelachtige massa die als reservevoedsel wordt aangetroffen in zaden van eenzaadlobbigen

a)

Zaadvrucht

b)

Embryo

c)

Kiemwit

d)

Zaadlob

7.

Duid de juiste uitspraken aan

a)

Planten hebben enkel CO2 en H2O nodig

b)

Planten zijn autotrofe organismen

c)

Alle planten zijn meercellig

d)

Als een organisme bladgroen heeft is het een plant

e)

Vleesetende planten zijn geen echte planten

8.

Tot welke afdeling behoort deze plant? (1 woord)

(a)  

9.

Tot welke afdeling behoort deze plant? (1 woord)

(a)  

10.

Kies het begrip dat past bij deze foto. Kies uit:

a)

sporen

b)

vrucht

c)

stuifmeel

d)

sporenhoopjes

e)

zaad

11.

Kies het begrip dat past bij deze foto. Kies uit:

a)

sporen

b)

vrucht

c)

stuifmeel

d)

sporenhoopjes

e)

zaad

12.

Kies het begrip dat past bij deze foto. Kies uit:

a)

sporen

b)

vrucht

c)

stuifmeel

d)

sporenhoopjes

e)

zaden

13.

Het echte begin van de plant; het bevat steeds een stengeltje en een worteltje

a)

Embryo

b)

Kiemwit

c)

Zaadvrucht

d)

Zaadlob

14.

Wat is de functie van de houtvaten?

a)

minerale sapstroom

b)

organische sapstroom

15.

Duid de kenmerken van de klasse van de echte tweezaadlobbige planten aan.

a)

vaatbundels in een kring

b)

vaatbundels liggen verspreid

c)

grondgetal van de bloem is 3 of een veelvoud

d)

grondgetal van de bloem is 4 of 5

e)

hoofdwortel en zijwortels