wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Herhaling H10, basisstof 1 en 2

Total questions: 18

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

Tot welke levensfasen behoor je als je tussen de 4 en de 6 jaar oud bent?

a)

Peuter

b)

Kleuter

c)

Schoolkind

2.

Welke levensfase komt er na puber?

a)

Volwassene

b)

Oudere

c)

Peuter

d)

Baby

3.

Vagina en schaamlippen zijn voorbeelden van ...

a)

Primaire geslachtskenmerken

b)

Secundaire geslachtskenmerken

4.

Wat zijn primaire geslachtskenmerken?

a)

Kenmerken die komen tijdens de puberteit.

b)

Kenmerken die tijdens de geboorte al aanwezig zijn.

c)

Kenmerken die komen na je puberteit.

d)

Kenmerken die je hele leven aanwezig zijn.

5.

Wat zijn secundaire geslachtskenmerken?

a)

Kenmerken die vanaf de geboorte zichtbaar zijn.

b)

Kenmerken die je hele leven blijven ontwikkelen.

c)

Kenmerken die tijdens de puberteit ontwikkelen.

6.

Voorbeelden van secundaire geslachtskenmerken van de man zijn...

a)

Zwaardere stem en schaamhaar

b)

Baardgroei en zwaardere stem

c)

Gespierder lichaam en schaamhaar

d)

Gespierd lichaam en okselhaar

7.

Wat zijn hormonen?

a)

Hormonen zijn voorbehoedsmiddelen.

b)

Hormonen zijn regelstoffen in je lichaam.

c)

Hormonen zijn groeistoffen in je lichaam.

8.

Bekijk de afbeelding. Dit orgaan zit in je hersenen en heet de hypofyse. Wat is onderdeel 2 in de afbeelding?

a)

Cel

b)

Urineleider

c)

Buisje

d)

Bloedvat

9.

In elke levensfase vinden er veranderingen plaats. Welke 2 van de volgende veranderingen horen bij geestelijke ontwikkeling? Noteer de 2 juiste antwoorden!

a)

Leren lopen

b)

Leren rekenen

c)

Leren voetballen

d)

Gezichten herkennen

10.

In de puberteit worden jongens en meisjes vruchtbaar. Hoe weten meisjes en jongens wanneer zij vruchtbaar zijn?

a)

Meisjes worden voor het eerst ongesteld - Jongens krijgen voor het eerst een zaadlozing.

b)

Meisjes voelen hun eerste eisprong - Jongens krijgen voor het eerst een zaadlozing.

c)

Meisjes worden voor het eerst ongesteld - Jongens worden voor het eerst opgewonden.

d)

Meisjes voelen voor het eerst hun eisprong - Jongens worden voor het eerst opgewonden.

11.

Wat is het verschil tussen celdeling en celgroei?

a)

Bij celdeling wordt de cel groter - Bij celgroei worden er nieuwe cellen gemaakt.

b)

Bij celdeling verdwijnen er cellen - Bij celgroei worden er nieuwe cellen gemaakt.

c)

Bij celdeling worden er nieuwe cellen gemaakt - Bij celgroei verdwijnen er cellen.

d)

Bij celdeling worden er nieuwe cellen gemaakt - Bij celgroei worden de cellen groter.

12.

Hoe groei je? Klik op de juiste volgorde.

a)

Groeihormoon wordt gemaakt > De cellen reageren en je botten gaan groeien > Het groeihormoon komt in je bloed

b)

De cellen reageren en je botten gaan groeien > Het groeihormoon komt in je bloed > Groeihormoon wordt gemaakt

c)

Groeihormoon wordt gemaakt > Het groeihormoon komt in je bloed > De cellen reageren en je botten gaan groeien

d)

Het groeihormoon komt in je bloed > Groeihormoon wordt gemaakt > De cellen reageren en je botten gaan groeien

13.

Als 4 cellen zich 1x delen, hoeveel cellen krijg je dan?

a)

5

b)

6

c)

8

d)

10

14.

Meisjes beginnen later met de groeispurt dan jongens.

a)

Waar

b)

Niet waar

15.

Jongens worden langer dan meisjes, omdat jongens langer zijn als ze beginnen met de groeispurt en omdat de groeispurt langer duurt.

a)

Waar

b)

Niet waar

16.

Lilliputters zijn mensen die niet veel groeien. Dit noemt men ook wel dwerggroei. Maakt de hypofyse dan veel of weinig groeihormoon?

a)

Veel

b)

Weinig

17.

Waarom ontstaan puistjes?

a)

Talgkliertjes maken te veel talg aan.

b)

Talgkliertjes maken te weinig talg aan.

18.

Wat zijn poriën?

a)

Haarzakjes

b)

Openingen in de huid

c)

Een beginnend puistje

d)

Talgkliertjes