Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

2. Ontvangt en verwerkt goederen H3 goederenopslag

Total questions: 30

Worksheet time: 3hrs 30mins

Name
Class
Date
1.

Selecteer de interne magazijnlocaties (1 juist)

a)

Magazijn aan de rand van de stad.

b)

Magazijn van de leverancier

c)

Magazijn binnen de winkelvestiging

d)

Gezamenlijk magazijn van twee detaillisten.

2.

Een magazijn aan de rand van de stad is een (a)   magazijn (vul het woord op de puntjes in)

3.

Noem 1 reden waarom een bedrijf een extern magazijn zou kunnen hebben.

4 lines
4.

Noem 1 functie van een magazijn.

4 lines
5.

Wat is een reden waarom een winkel geen magazijn heeft.

4 lines
6.

Wat is fulfillment?

a)

alle magazijnwerkzaamheden worden door bedrijf zelf gedaan

b)

alle magazijnwerkzaamheden worden door ander bedrijf gedaan

c)

Je hebt je magazijn vol (full).

d)

Je hebt een volle winkel

7.

Noem 1 voordeel van fulfillment.

4 lines
8.

Noem 1 nadeel van fulfillment.

4 lines
9.

Wat is een kenmerk van een vrij locatiesysteem?

4 lines
10.

Wat betekent dit teken?

(a)  

11.

Kerstballen zet je in de zomer (a)   in het magazijn (vul een woord in op de puntjes)

12.

Actieartikelen staan meestal (a)   in het magazijn. (vul een woord in op de puntjes)

13.

Bij wat voor een temperatuur moet vers vlees bewaard worden?

(a)  

14.

Als ik oude artikelen vooraan plaats en nieuwe artikelen achteraan plaats pas ik het (a)   systeem toe. (vul een woord in op de puntjes)

15.

Als ik nieuwe artikelen vooraan plaats en oude artikelen achteraan plaats pas ik het ... systeem toe (vul een woord in op de puntjes)

(a)  

16.

Een (a)   is een heftruck die achter op een vrachtwegen zit.

17.

Wat is een dolly?

4 lines
18.

Wat is dit?

(a)  

19.

Wat is dit?

(a)  

20.

Welk locatiesysteem hoor bij dit opslagsysteem?

De meeste artikelen hebben een vaste plek maar sommige artikelen wisselen van plek.

(a)  

21.

Welk locatiesysteem hoor bij dit opslagsysteem?

De artikelen hebben een vaste plek, deze zijn bijvoorbeeld ingedeeld op winkelpresentatie.

(a)  

22.

Welk locatiesysteem hoor bij dit opslagsysteem?

De artikelen hebben geen vaste plekken maar met een locatiecode weet je waar ze liggen.

(a)  

23.

Waarom zou iemand in een kledingwinkel volgens het LIFO systeem werken?

4 lines
24.

Noem een voorbeeld van een winkel die volgens het FIFO systeem werkt en leg uit waarom dit zo is.

4 lines
25.

Wat zijn langzaamlopers?

4 lines
26.

Wat is omzetsnelheid?

4 lines
27.

Wat is een basisassortiment?

4 lines
28.

Wat is een rageartikel?

4 lines
29.

Wat zijn slowmovers?

4 lines
30.

Noem een voorbeeld van een seizoensgebonden artikel.

4 lines