WorksheetsHerhaling Lettervormen
Total questions: 8
Worksheet time: 16mins
Name
Class
Date
1.
Duid de gelijkvormige ééntermen aan
a)
4a & 9a2
b)
6a & 6b
c)
6a & −4a
2.
Welke uitspraak is juist? Bij -24ab²
a)
-24b² is de coëfficiënt en a is het letterdeel
b)
-24 is de coëfficiënt en ab² is het letterdeel
c)
24 is de coëfficiënt en -ab² is het letterdeel
d)
-24 is het letterdeel en ab² is de coëfficiënt
3.
Bepaal de graad van x in 268x²y³
(a)
4.
Herleid volgende term: -x³+4x²+3x+5-4x²+2x³
(a)
5.
Bereken de getalwaarde van a²+3a met a=-2
a)
-10
b)
-2
c)
2
d)
10
6.
Voer de bewerking uit, herleid en rangschik bij -4x(3x+5)
(a)
7.
−2x⋅−2x=4x & −2x−2x=−4x
a)
Beide antwoorden kloppen
b)
Antwoord 1 klopt, antwoord 2 klopt niet
c)
Antwoord 1 klopt niet, antwoord 2 klopt
d)
Beide antwoorden kloppen niet
8.
Hoeveel stoelen telt de volgende reeks?
Tip: zoek de formule in functie van n
a)
20
b)
16
c)
28
d)
24
100 %
