wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Beelden maken met een lens.

Total questions: 11

Worksheet time: 7mins

Name
Class
Date
1.

Welke lenzen zijn negatief?

a)

A en B

b)

A en C

c)

A, B en E.

d)

C en D.

2.

Wat voor soort lichtstraal zie je na de lens?

a)

Evenwijdig.

b)

Divergent

c)

Convergent

3.

Welke lichtstraal zie je voor de lens?

a)

Divergent

b)

Convergent

c)

Evenwijdig

4.

Welke stralen zijn constructiestralen?

a)

2 en 3

b)

1 en 3

c)

1 en 5

d)

2 en 4

5.

Welke plek geeft het brandpunt aan?

a)

1

b)

2

6.

Wat voor lens is er gebruikt bij situatie C?

a)

Positieve lens

b)

Negatieve lens

7.

Wat voor lens is er gebruikt in situatie A?

a)

Positieve lens

b)

Negatieve lens

8.

Wat geeft de letter f aan?

a)

Brandpunt

b)

Voorwerpsafstand

c)

Beeldsafstand

d)

Brandpuntsafstand

9.

Bolle lenzen zijn aan de randen dikker dan in het midden.

a)

Waar

b)

Niet-waar.

10.

Holle lenzen zijn aan de randen dikker dan in het midden.

a)

Waar

b)

Niet waar

11.

Je draagt een groen shirt. Daar valt rood licht op. Wat gebeurd er met dat licht?

a)

Wordt teruggekaatst

b)

Wordt gebroken

c)

Wordt geabsorbeerd